
Kay Qobad is een personage, een sjah, uit het Perzische epos de Shahnameh van de dichter Ferdowsi (10e eeuw). Het epische en mythologische Iraanse erfgoed wordt gedeeld door Perzen, Koerden, Lors en andere Iraanse volkeren. Kay Qobad is de opvolger van Zav, weet de Turaniërs (de nomadische volkeren van het noorden) te verslaan en een vrede met hen te tekenen die vele jaren stand houdt. Hij is de vader van Kay Kavus, Kay Arash, Kay Pashin en Ashkas. Hij sterft na honderd jaar in vrede te hebben geregeerd. Kay Kavus volgt hem op.
Zal zocht een rechtmatige koning voor het land, dat in chaos was gestort. Zijn zoon Rostam ontdekte de prins op een afgelegen plaats op de berg Alborz. De prins droeg de koninklijke glorie, de farr, die koningschap legitimeert. Kay Qobad werd de rechtmatige koning die de staat herstelde door de Turaanse koning Afrasyab af te slaan. De helden zochten niet voor zichzelf de troon. Dat is een teken van hun eer en respect voor het principe van legitiem koningschap en de koninklijke glorie. Via de held Rostam kwam de juiste koning op de troon. Met Kay Qobad begint de dynastie van de 'Kayanische koningen', de dynastie van het heroïsche tijdperk, welke volgt op het tijdperk van de 'Pishdadische koningen'. Kay Qobad is dus de stichter van de 'Kayanische dynastie'.
Kay Qobad symboliseert het thema van legitiem en hersteld waardig koningschap. Hij is de legitieme koning van een koninklijke afstamming, die de goddelijke glorie (gratie gods, de farr) draagt en grootgebracht is om de orde in een staat in chaos te herstellen. Het bezit van de farr rechtvaardigt de heerschappij. Kay Qobad vertegenwoordigt ook het begin van een grote dynastie, de hernieuwing van rechtvaardige heerschappij. Daarnaast vertegenwoordigt hij de samenwerking tussen koning en held, die samen het legitieme koningschap in stand houden.
Zav, de zoon van Tahmasp, volgt Nozar op. Hij overlijdt op zesentachtig jarige leeftijd na vijf jaar geregeerd te hebben. Afrasyab, de zoon van Pashang, de Turaanse monarch, krijgt bevel Perzië aan te vallen, nu zij zonder koning is. Afrasyab trekt van Sepinjab de rivier de Oxus over. Zal-Dastan wordt gevraagd maatregelen te treffen. Hij zoekt een geschikt paard voor zijn zoon Rostam, Rakhsh en laat hem de nieuwe sjah, Kay Qobad, uit de Alburz bergen brengen. Gekroond, leidt Kay Qobad het Perzische leger tegen Afrasyab. Mehrab, de koning van Kabol leidt één vleugel, Gazdahom de andere en in het centrum voeren Qaren en Keshvad de troepen aan. Zal en Kay Qobad volgen. Als de strijd is losgebarsten weet Rostam de Turaanse leider Afrasyab bij de riem uit het zadel te tillen. Maar de riem breekt en zijn ruiters helpen Afrasyab van de grond en brengen hem in veiligheid. De Turaniërs trekken zich terug in Damghan en terug over de Oxus. Pashang stelt Qobad in een brief voor voortaan de Oxus als grens tussen hun landen aan te houden, zoals Fereidoen destijds had besloten toen hij zijn zonen Tur en Iraj hun land toebedeelde. De vrede wordt gesloten, ondanks Rostams bezwaar dat de Turaniërs geen vrede verdienen. Qobad reist naar Estakhr in Pars, waar zijn paleis en schatten waren, en sterft na honderd jaar in vrede te hebben geregeerd. Zijn zoon Kay Kavus volgt hem op als sjah van Perzië.