Kinescoop (Engels: kinescope), ook bekend als telerecording, is een historische techniek waarmee televisieprogramma's op fotografische film werden vastgelegd door het beeld van een televisiemonitor met een filmcamera op te nemen. De term kan zowel verwijzen naar de opnameapparatuur, het opnameproces als de film die ermee werd gemaakt.
De techniek werd vanaf de jaren veertig gebruikt om rechtstreekse televisie-uitzendingen te bewaren, te herhalen en naar andere televisiestations te verspreiden.
Vóór de introductie van praktisch bruikbare videobandopnamen in 1956 was de kinescoop een van de belangrijkste mogelijkheden om live uitgezonden televisieprogramma's duurzaam vast te leggen. De methode bleef ook daarna in gebruik, onder meer voor archivering en distributie van programma's.
Bij een kinescoopopname werd een filmcamera voor een speciaal afgestelde televisiemonitor geplaatst. De camera fotografeerde het bewegende televisiebeeld rechtstreeks vanaf het scherm. Meestal werd hiervoor 16mm-film gebruikt, hoewel ook systemen voor 35mm-film bestonden.
De camera en de monitor moesten nauwkeurig met elkaar worden gesynchroniseerd. Een televisiesignaal werd opgebouwd uit opeenvolgende beeldlijnen en, bij gangbare analoge televisiesystemen, uit twee elkaar aanvullende beeldvelden. Wanneer de filmsluiter niet op de juiste wijze met deze beeldopbouw samenwerkte, konden storende balken, flikkeringen of gedeeltelijk belichte filmbeelden ontstaan.
De apparatuur gebruikte daarom speciale mechanismen om de opname af te stemmen op de beeldfrequentie van het televisiesignaal. Het geluid werd eveneens vastgelegd, afhankelijk van het gebruikte systeem met een optisch of magnetisch geluidsspoor.
De oorspronkelijke televisiebeelden werden tijdens het proces opnieuw gefotografeerd. Hierdoor kon de beeldkwaliteit achteruitgaan. Kinescoopopnamen vertonen soms minder contrast, een zachter beeld, zichtbare beeldlijnen of storingen die al in het oorspronkelijke televisiesignaal aanwezig waren.
In de beginjaren van de televisie werden veel programma's rechtstreeks vanuit de studio uitgezonden. Wanneer een programma afgelopen was, bestond er meestal geen opname die later opnieuw kon worden vertoond.
Om televisieprogramma's te bewaren, experimenteerden technici met methoden om het beeld van een televisiescherm op film vast te leggen. Hierbij moesten de verschillen tussen de werking van een televisiemonitor en een filmcamera worden overbrugd.
Een belangrijke ontwikkeling vond plaats in 1947, toen een opnamesysteem tot stand kwam door samenwerking tussen het DuMont Television Network, NBC en de fotografische onderneming Eastman Kodak. Het systeem werd door DuMont aanvankelijk Teletranscription genoemd, maar raakte later bekend als kinescope recording.
De nieuwe techniek maakte het mogelijk om televisieprogramma's te bewaren zonder de uitzending zelf op film te hoeven produceren. Dit was vooral van belang voor liveprogramma's, die tot dan toe vaak slechts eenmaal te zien waren.
Kinescoopopnamen werden al snel gebruikt voor de verspreiding van programma's tussen televisiestations.
In de Verenigde Staten waren de vroege televisienetwerken nog niet allemaal via kabelverbindingen of andere transmissiesystemen met elkaar verbonden. Een programma dat bijvoorbeeld live in New York werd uitgezonden, kon daardoor niet vanzelfsprekend gelijktijdig in andere delen van het land worden ontvangen.
Door de uitzending op film vast te leggen, kon een kopie naar een andere televisiezender worden vervoerd. Het programma werd daar vervolgens op een later tijdstip uitgezonden.
Deze werkwijze maakte het mogelijk om dezelfde televisieprogramma's in verschillende steden en tijdzones te vertonen. Kinescoopopnamen speelden daardoor een belangrijke rol bij de uitbreiding van de Amerikaanse televisienetwerken aan het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig.
In 1956 introduceerde de Amerikaanse onderneming Ampex een commercieel bruikbaar systeem voor het rechtstreeks opnemen van televisiesignalen op magnetische videoband.
Met deze techniek kon een programma worden vastgelegd zonder eerst een televisiescherm met een filmcamera te fotograferen. Daardoor werd een hogere beeldkwaliteit mogelijk en kon de opname kort na de uitzending worden teruggekeken, zonder dat eerst fotografische film moest worden ontwikkeld.
De overgang verliep echter geleidelijk. De eerste professionele videorecorders en videobanden waren kostbaar. Bovendien werden banden bij televisiestations regelmatig gewist en opnieuw gebruikt.
Kinescoopopnamen bleven daarom nog jarenlang belangrijk voor de bewaring van televisieprogramma's. Volgens onderzoek van de Library of Congress werden ze tot in de jaren zeventig toegepast, onder meer voor archivering en distributie.
Een van de belangrijkste toepassingen van de kinescoop was het opnieuw uitzenden van televisieprogramma's. Door een live-uitzending op film vast te leggen, kon deze later worden herhaald.
Ook werden kinescoopopnamen gebruikt voor uitzendingen in andere tijdzones. In de Verenigde Staten konden programma's die aan de oostkust rechtstreeks werden uitgezonden, met behulp van filmopnamen op een geschikt tijdstip aan de westkust worden vertoond.
De filmkopieën konden daarnaast worden verkocht of verhuurd aan plaatselijke televisiestations, die de programma's onafhankelijk van de oorspronkelijke uitzending konden vertonen.
De kinescoop speelde eveneens een belangrijke rol bij het ontstaan van televisiearchieven.
Omdat veel vroege televisieprogramma's uitsluitend live werden uitgezonden, zijn kinescoopfilms soms de enige overgebleven opnamen van historische uitzendingen. Dit geldt onder meer voor interviews, nieuwsprogramma's, sportwedstrijden, muziekoptredens en amusementsprogramma's.
Het Smithsonian Institution bewaart verschillende van dergelijke opnamen, waaronder materiaal uit de vroege Amerikaanse televisiegeschiedenis. Ook de Library of Congress beschikt over omvangrijke collecties kinescoopfilms.
Het belang van kinescoopopnamen werd mede duidelijk doordat een groot deel van de televisieproducties uit de jaren veertig en vijftig verloren is gegaan. Wanneer geen filmregistratie was gemaakt, bestaat van sommige uitzendingen geen bewegend beeld meer.
Het DuMont Television Network, dat van 1946 tot 1956 actief was, behoorde tot de vroege Amerikaanse televisienetwerken die gebruikmaakten van kinescoopopnamen.
Het netwerk werkte mee aan de ontwikkeling van de opnameapparatuur en gebruikte filmregistraties om programma's naar televisiestations buiten het rechtstreekse uitzendgebied te verspreiden.
Van veel oorspronkelijke DuMont-programma's zijn later slechts fragmenten of enkele afleveringen overgebleven. Een deel van de bewaarde uitzendingen bestaat uit kinescoopopnamen.
Daarmee vormt de techniek een belangrijke bron voor onderzoek naar de programma's en de ontwikkeling van het DuMont Television Network.
Een kinescoop moet niet worden verward met een beeldbuis of met een filmabtaster.
De term kinescope werd oorspronkelijk in de Verenigde Staten ook gebruikt als benaming voor een kathodestraalbuis. Bij de latere kinescoopopnametechniek verwijst het woord echter naar de methode waarmee televisiebeelden op fotografische film werden vastgelegd.
Een filmabtaster, ook wel telecine genoemd, werkt in de tegenovergestelde richting. Daarmee worden bestaande filmbeelden omgezet naar een televisiesignaal of een digitale beeldregistratie.
Bij een kinescoop wordt dus een televisiebeeld op film vastgelegd; bij een filmabtaster wordt filmmateriaal geschikt gemaakt voor televisieweergave of digitale verwerking.
Ook verschilt de kinescoop van een videorecorder, waarbij het elektronische videosignaal rechtstreeks op een magnetische band of een ander opslagmedium wordt vastgelegd.
De kinescoop maakte het mogelijk om live uitgezonden televisieprogramma's te bewaren in een periode waarin elektronische video-opnamen nog niet algemeen beschikbaar waren.
De techniek droeg bij aan de uitbreiding van landelijke televisienetwerken, doordat opnamen naar zenders konden worden vervoerd die niet rechtstreeks met de oorspronkelijke studio waren verbonden.
Daarnaast hebben kinescoopfilms een blijvende betekenis voor het behoud van audiovisueel erfgoed. Veel historische televisiefragmenten zouden zonder deze opnamemethode niet meer bestaan.