| Kleinia | ||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kleinia fulgens | ||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||||
| Kleinia Mill. (1754) | ||||||||||||||||||||
| Kleinia neriifolia | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
Kleinia is een geslacht van ongeveer zestig soorten succulente, kruidachtige of struikachtige planten uit de composietenfamilie (Asteraceae of Compositae).
Het geslacht is vooral bekend uit Afrika. Eén soort, Kleinia neriifolia, komt ook voor op de Canarische Eilanden en Madeira.
De botanische naam Kleinia is een eerbetoon aan de Duitse botanicus Jacob Theodor Klein (1685-1759).
Kleinia-soorten zijn overwegend succulente, meerjarige kruidachtige planten of dwergstruiken, met verspreid staande, enkelvoudige, gaafrandige, meestal grijs- of blauwgroene bladeren. De bloemhoofdjes zijn schijfvormig, en staan alleen of met meerdere gegroepeerd in de bloeiwijze. Ze bestaan enkel uit buisbloemen.
Het geslacht telt bijna zestig soorten, die oorspronkelijk in het geslacht Senecio waren ondergebracht.
De volgende soorten worden geaccepteerd:
Het geslacht Kleinia is verspreid over bijna heel Afrika, Macaronesië (de eilandengroep die de Canarische Eilanden, Madeira, de Azoren en de Kaapverdische Eilanden omvat), Madagaskar, het Arabisch Schiereiland, en het Indisch subcontinent inclusief Sri Lanka.