Kleptiming

De kleptiming bepaalt de exacte momenten van openen en sluiten van de kleppen in een verbrandingsmotor. Ze wordt bepaald door de vorm van de nokken op de nokkenas.

Het viertaktproces: de inlaatklep opent aan het begin van de inlaatslag en sluit aan het begin van de compressieslag. De uitlaatklep opent aan het begin van de uitlaatslag en sluit aan het begin van de inlaatslag

Kleptiming

Theoretisch zouden de kleppen van een viertaktmotor gesloten moeten zijn tijdens de compressieslag en tijdens de arbeidsslag. Tijdens de compressieslag wil men geen compressiedruk en geen brandstofmengsel laten ontsnappen, tijdens de arbeidsslag wil men geen verbrandingsdruk laten ontsnappen. Tijdens een arbeidsproces van 720° (twee omwentelingen van de krukas) zouden beide kleppen dus slechts 180° geopend zijn. Zo ziet het proces er uit:

In theorie

In de praktijk

Klepoverlap

De periode van klepoverlap is erg kritisch. Als ze te lang duurt kiest een deel van het instromende gas(mengsel) de weg van de minste weerstand en verdwijnt door de uitlaatklep. Dat heeft een klein voordeel omdat het de uitlaatklep koelt, maar als het al een kant en klaar brandbaar mengsel betreft (benzine en lucht) gaat er ook brandstof verloren. Het is voor de fabrikant dus zaak het voordeel van het extra gas(mengsel) te behouden zonder brandbaar mengsel te verliezen.

De nokken van de nokkenas lijken scherp gevormd, maar de punt van de nokken bepaalt wanneer de klep opent en sluit.

Bepalen van de kleptiming

Het open- en sluitmoment van de kleppen wordt bepaald door de vorm van de nokken op de nokkenas. Over het algemeen zien deze nokken er "scherp" uit, maar toch kost de afwikkeling tijd. Men kan de nokken echter ook voorzien van een vlak bovendeel, een soort "plateau", waardoor de klep nog langer open blijft staan. Vooral in het verleden, voor de intrede van brandstofinjectie en electronica, was het vervangen van de nokkenas de eerste stap bij het opvoeren van een motor. De kleptiming bepaalt immers de hele ademhaling van de motor, en het monteren van bijvoorbeeld een grotere carburateur had geen zin als het extra beschikbare benzine/luchtmengsel niet ingeademd kon worden. Door het monteren van een "hete" nokkenas ging wel degelijk brandstof verloren, maar dat was ondergeschikt aan het beschikbare extra vermogen. Een standaard nokkenas wordt ook wel "tamme nokkenas" genoemd.

Kleppendiagram, TDC=bovenste dode punt, BDC= onderste dode punt, IO=Inlaatklep opent, IC=inlaatklep sluit, EO=uitlaatklep opent, EC=uitlaatklep sluit

Het kleppendiagram

De kleptiming wordt weergegeven in een kleppendiagram, dat echter wel een probleem kent. Het arbeidsproces dat in werkelijkheid 720° krukasomwenteling bevat, wordt weergegeven in een cirkel (360°). Dat geeft een vertekend beeld: het lijkt of er zowel in het bovenste dode punt als in het onderste dode punt klepoverlap is. In werkelijkheid is dat alleen in het bovenste dode punt, einde uitlaatslag, begin inlaatslag. De onderste overlap bestaat niet, daar zitten de compressieslag en de arbeidsslag tussen. Dit diagram geeft aan dat de inlaatklep ongeveer 25° voor het BDP opent en ongeveer 25° na het ODP sluit. De klepopening bedraagt dus 25 + 180 + 25 = 230°. De uitlaatklep opent 40° voor het ODP en sluit 10° na het BDP en heeft dus een openingsduur van 40 + 180 + 10 = 230°. De klepoverlap bedraagt 35°. De extra openingstijd van de kleppen noemt men "vooropening" en "nasluiting".

Voetnoten