| Kleptomanie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Coderingen | ||||
| ICD-11 | ||||
| DOID | 12400 | |||
| MeSH | D007174 | |||
| ||||
Het begrip kleptomanie of ziekelijke steelzucht komt van het Griekse κλεπτειν (stelen) en manie (ziekelijke zucht). Het is een psychische aandoening die in de DSM-5 is ingedeeld bij de stoornissen in de impulsbeheersing. Wie aan kleptomanie lijdt, kan geen weerstand bieden aan de drang om dingen te stelen, ook al willen ze dit niet. Naar schatting komt kleptomanie voor bij 0.6% van de bevolking.
Mensen met kleptomanie stelen voorwerpen niet voor persoonlijk gewin of gebruik van de gestolen voorwerpen. Ze ervaren een sterke drang die gepaard gaat met een spanning tijdens het stelen en de opluchting als het is gelukt. Mensen die aan kleptomanie lijden stelen dan ook geregeld kleine dingen die vrijwel geen waarde hebben, bijvoorbeeld bestek, paperclips of kleine stukken speelgoed. Dit onderscheidt hen van “gewone” dieven, die doorgaans stelen voor de winst en dus gericht dure spullen uitzoeken of omdat ze niet kunnen of willen betalen.
Iemand met kleptomanie wil de gestolen goederen niet stelen en heeft daar ook geen financiële reden toe. Vaak ervaren deze mensen schaamte en schuldgevoel om hun gedrag en wordt de aandoening geheim gehouden. Hierdoor wordt de diagnose vaak ook niet gesteld.
Een deel van de mensen met kleptomanie ontwikkelt een sterke voorkeur voor een bepaald type voorwerp. Sommigen stelen uit winkels, anderen stelen bij kennissen of pikken dingen die ze toevallig zien liggen, of een combinatie hiervan. Kenmerkend voor kleptomanie is dat iemand ook geen diefstal volledig zal plannen, zoals je bij een bankoverval zou zien.
Veel personen met kleptomanie hebben ook een andere psychische moeilijkheden, zoals een obsessieve-compulsieve stoornis, depressie, of angststoornis. Ook kan tijdens het beloop van een eetstoornis kleptomanie optreden.
A. Het herhaaldelijk niet kunnen weerstaan aan impulsen om voorwerpen te stelen die niet nodig zijn voor persoonlijk gebruik of voor hun geldwaarde.
B. Toenemend gevoel van spanning vlak voor het plegen van de diefstal.
C. Plezier, bevrediging of opluchting ten tijde van het plegen van de diefstal.
D. De diefstal is niet gepleegd om woede of wraak te uiten en is niet een reactie op een waanidee of een hallucinatie.
E. De diefstal kan niet beter worden verklaard door een gedragsstoornis, een manische episode of een antisociale persoonlijkheidsstoornis.
Over de oorzaken van kleptomanie is nog weinig bekend. De behandeling bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie en/of antidepressiva, maar voor de werking ervan is geen wetenschappelijk bewijs.
Sommige wetenschappers trekken bepaalde parallellen met verslavingen en van daaruit wordt ook onderzoek gedaan naar een behandeling met het medicijn naltrexone, een anti-opioïde.