Schweigt stille, plaudert nicht

Johann Sebastian Bach

Schweigt stille, plaudert nicht (BWV 211), beter bekend onder de naam Koffiecantate, is een wereldlijke cantate geschreven door Johann Sebastian Bach. De cantate is geschreven tussen 1732 en 1734. Van alle werken van Bach komt de koffiecantate het dichtst bij een (kleine) opera. Het libretto is geschreven door "Picander", pseudoniem van Christian Friedrich Henrici.

Context

Alhoewel koffie al wel bekend was in Europa, werd de drank pas aan het eind van de 17e eeuw grootschalig in Europa ingevoerd na een overwinning op de Turken. De drank maakte snel een opmars door Europa. Ondanks de populariteit werd koffie in de tijd van Bach door velen beschouwd als gevaarlijk, vooral voor de jeugd. Desondanks ontstonden in veel steden zogenaamde koffiehuizen, ook in Leipzig, waar Bach woonde. In deze koffiehuizen werd vaak druk gemusiceerd. De gespeelde muziek kreeg zelfs een eigen naam: koffiehuismuziek. Bach was ongeveer 20 jaar lang een trouw bezoeker van Zimmermannsches Kaffeehaus in de Katharinenstraße in Leipzig. Ook het Collegium Musicum, dat Bach had overgenomen van zijn vriend en collega Georg Philipp Telemann, oefende regelmatig in dit koffiehuis of trad er op. Ook de première van de Koffiecantate vond waarschijnlijk in dit koffiehuis plaats.

Bezetting

Verhaal

De cantate gaat over een man, Herr Schlendrian ('Mijnheer Luiwammes'), die zich erover beklaagt dat zijn dochter Liesgen verslaafd is aan koffie. Wat Herr Schlendrian ook probeert, het lukt hem niet om zijn dochter van de koffie af te krijgen. Pas wanneer Liesgen een echtgenoot wordt beloofd in ruil voor de belofte geen koffie meer te drinken, stemt zij hiermee in. Maar in het huwelijkscontract laat ze een clausule opnemen die haar toestaat net zoveel koffie te drinken als zij wil.

Inhoud

  1. Recitatief (tenor): Schweigt stille, plaudert nicht
  2. Aria (bas): Hat man nicht mit seinen Kindern
  3. Recitatief (sopraan, bas): Du böses Kind, du loses Mädchen, Ach!
  4. Aria (sopraan): Ei! wie schmeckt der Coffee süße
  5. Recitatief (sopraan, bas): Wenn du mir nicht den Coffee läßt
  6. Aria (bas): Mädchen, die von harten Sinnen
  7. Recitatief (sopraan, bas): Nun folge, was dein Vater spricht!
  8. Aria (sopraan): Heute noch, lieber Vater
  9. Recitatief (tenor): Nun geht und sucht der alte Schlendrian
  10. Terzet (sopraan, tenor, bas): Die Katze läßt das Mausen nicht

Zie ook