| Kogelbies | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Scirpoides holoschoenus L. | ||||||||||||||||||
| 1 = kogelbies | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Kogelbies (Scirpoides holoschoenus, synoniemen: Scirpus holoschoenus, Holoschoenus romanus) is een plantensoort uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae).
Kogelbies een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 10–45 cm. Ze heeft een dikke, kruipende wortelstok. De gootvormige, 0,5 tot 2 mm brede bladeren zijn half zo lang tot iets langer dan de gevulde, ronde, geribde, 1–4 mm dikke stengel en hebben een lichte middenstreep. De bloeitijd van kogelbies strekt zich uit over mei tot in juli, soms veel langer. De deels gesteelde en deels zittende, kogelronde hoofdjes bestaan uit 5–15 zwartbruine, twee- of driebloemige, 2,5–4 mm grote, eivormige aren en hebben twee schutbladen. De rood tot roodbruine, aan de rand gewimperde kafjes staan in twee rijen, hebben een groene middenstreep en een vliezige rand. De onderste twee tot vier kafjes van de aar hebben geen bloemen. De borstels zijn zeer kort. De tweeslachtige bloem heeft drie stempels en drie meeldraden. De vrucht is een 0,6–1,5 mm lang, stomp driekantig nootje waar nog een klein stukje van de stijl aanzit en zo een korte spits vormt. Het aantal chromosomen van kogelbies is 2n = 164.
Kogelbies komt voor op natte, kalkrijke grond in duinen, strandvlakten en in moerassen met kalkrijk water.
Het natuurlijke verspreidingsgebied van kogelbies strekt zich uit over Eurazië. De soort staat op de Nederlandse Rode Lijst als zeer zeldzaam en stabiel of toegenomen.