De Korinthische orde is de jongste van de drie bouworden van de oud-Griekse architectuur, volgens overlevering gecreëerd door de beeldhouwer Callimachus. Vooral in het Romeinse tijdperk kende deze orde een grote verspreiding. De Korinthische orde komt met name voor in Klein-Azië.
De twee grote orden, die aan de Korintische orde vooraf gingen, waren de Dorische en de Ionische orde.
Vitruvius schreef in zijn De architectura, dat de Korinthische orde zich alleen van de Dorische en Ionische orde onderscheidde door de vorm van de zuilen. Het hoofdgestel kon volgens hem zowel een Dorisch zijn, met trigliefen en metopen, of een Ionisch, met gebeeldhouwd fries en tandlijst. Vitruvius schreef ook over de Toscaanse orde en wijdt een hoofdstuk aan de Etruskische tempels.
Gewoonlijk paste men echter het Ionische hoofdgestel toe. Het acanthusmotief is kenmerkend voor de Korinthische orde, met op de vier hoeken een gereduceerde voluut uit de Ionische orde. De voluten zouden naderhand verwaarloosd gaan worden. Het acanthusmotief is de versiering van de kapitelen, daarom de Korinthische kapitelen, geïnspireerd door de bladeren van de acanthus, een plant. Het toegepaste type kapiteel is bladkapiteel en tevens voluutkapiteel.
De composiete orde ontwikkelde zich in de Romeinse architectuur. Het was een samenstel van de Ionische en de Korinthische orde.
De klassieke zuilenorden werd in de Italiaanse renaissancebouwkunst nieuw leven ingeblazen. Er werd nauwkeurig vastgelegd hoe er in de zuilen en hoofdgestel detail moest worden aangebracht. Italiaanse architectuurtheoretici, zoals Sebastiano Serlio, Giacomo Barozzi da Vignola en Andrea Palladio beschreven en tekenden in de zestiende eeuw de Korinthische orde.
In zijn De Architectura beschrijft Vitruvius de oorsprong van de verschillende zuilenordes. Volgens hem is de Dorische zuil gebaseerd op de lichaamsverhoudingen van de man: de hoogte van de zuil bedraagt zesmaal de lengte van de mannenvoet. De Ionische zuil daarentegen verbeeldt het vrouwelijke lichaam. Zo verwijst de voluut naar het kapsel, het basement naar vrouwenschoenen en de eierlijst naar de pony in het haar (Vlaams: frou-frou). De diepere cannelures zouden daarbij een allusie vormen op de plooien van vrouwelijke gewaden.
De oorsprong van de Korinthische zuilenorde situeert Vitruvius in een toevallige gebeurtenis bij het graf van een jong meisje uit Korinthe. Na haar overlijden plaatste haar verzorgster een korf met haar lievelingsspullen op het graf en bedekte deze met een tegel. Onder de korf groeide een acanthusplant, die in het voorjaar rondom de korf begon te woekeren. De bladeren en stengels werden door de korf en de tegel naar buiten gedrukt en krulden zich aan de uiteinden omhoog.
De beeldhouwer Callimachus kwam langs het graf en werd getroffen door deze sierlijke, natuurlijke vorm. Volgens Vitruvius liet hij zich hierdoor inspireren en vervaardigde hij vervolgens in Korinthe de eerste zuilen met een acanthuskapiteel. Zo werd de Korinthische orde verbonden met de elegantie en schoonheid die aan het jonge meisje werden toegeschreven.
Het betreft hier bouwwerken uit het Hollands classicisme en neoclassicisme, veelal met pilasters in plaats van zuilen.
De nummers verwijzen naar de afbeelding: