| Lahi Brahimaj | ||
|---|---|---|
| Bijnaam | Magjupi ("De Zigeuner") | |
| Geboren | 26 januari 1970 Gjakovë, Kosovo | |
| Verdacht van | willekeurige gevangenneming, wrede behandeling, onmenselijk handelen, marteling, verkrachting, deportatie, vervolging en moord | |
| Veroordeeld voor | marteling en wrede behandeling | |
| Straf | 6 jaar | |
| Beroep | soldaat | |
Lahi Brahimaj (Jablanica, Gjakovë, 26 januari 1970) bijgenaamd Magjupi ("De Zigeuner") is een voormalige Albanese commandant van het Bevrijdingsleger van Kosovo (UÇK). In april 2008 werd hij als oorlogsmisdadiger veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal.
Tijdens de Kosovo-oorlog (1998-1999) was Lahi Brahimaj lid van het Bevrijdingsleger van Kosovo. Brahimaj was binnen de eenheid De Zwarte Adelaars ondergeschikt aan commandant Ramush Haradinaj. Brahimaj had echter het hoogste gezag over de subeenheid van de "Operationele Dukagjini-zone" en over een detentiekamp in Jablanica, Gjakovë.
Brahimaj, Haradinaj en mede UÇK-lid Idriz Balaj werden later door het Joegoslaviëtribunaal aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid die tussen maart en september 1998 in Kosovo zouden zijn gepleegd. De aanklacht stelde dat zij betrokken waren bij het vervolgen, verdrijven, verkrachten, martelen en vermoorden van Servische, Roma en politieke Albanese gevangenen.
In maart 2005 werd hij overgebracht naar het detentiecentrum in Den Haag nadat hij zichzelf vrijwillig overgaf. Brahimaj werd aangeklaagd voor willekeurige gevangenneming, wrede behandeling, onmenselijk handelen, marteling, verkrachting, deportatie, vervolging en moord; maar enkel schuldig bevonden aan marteling en wrede behandeling waarna hij op 3 april 2008 veroordeeld werd tot zes jaar gevangenisstraf. Haradinaj en Balaj werden vrijgesproken.