| Dovenetel | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||
| Lamium L. (1753) | ||||||||||||||||
| Bloemdiagram | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Dovenetel (Lamium) is een geslacht uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). Het geslacht bevat zowel eenjarige als vaste planten. Er worden ook cultivars gekweekt, waarvan de bladkartels soms bijna weggeselecteerd zijn.
De naam dovenetel komt van de oude betekenis doof = niet werkend, gedoofd. De bladeren en stengels lijken sterk op die van de brandnetel, maar hebben geen brandharen met mierenzuur. Dovenetels groeien in vergelijkbaar stikstofrijke, niet te droge habitat als brandnetels, bijvoorbeeld in bermen en bosranden. De gelijkenis tussen de twee is daarom een geval van mimicry van Bates. De meeste dieren die kennisgemaakt hebben met de brandnetel, zullen de dovenetel met rust laten.
Toch is de dovenetel vrij gemakkelijk van de brandnetel te onderscheiden:
De ongeveer veertig soorten planten van dit geslacht zijn inheems op het Euraziatisch continent en in Noord-Afrika.
In Nederland en België komen de volgende soorten voor:
Ook de gele dovenetel (Lamiastrum galeobdolon) werd eerder bij Lamium ingedeeld. Tegenwoordig wordt deze bij Lamiastrum ingedeeld.
Enkele soorten die niet in de lage landen voorkomen zijn:
Buiten de Benelux komen nog voor: