| Leonaert Bramer | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Delft, 24 december 1596 | |||
| Overleden | Delft, 10 februari 1674 | |||
| Begrafenis/ |
10 februari 1674 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | kunstschilder, graficus, tekenaar, plateelschilder | |||
| Werkveld | schilderkunst | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Bekende werken | Pashur slaat Jeremia in de tempel, De verloochening van Petrus, The Adoration of the Shepherds | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | Bentvueghels | |||
| Kunstenaarsmaplocatie | RKD - Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Leonaert Bramer, (vermoedelijk Delft, 24 december 1596 – begraven aldaar, 10 februari 1674) was een Nederlands kunstschilder, prentkunstenaar, ontwerper en een van de weinige Nederlandse frescoschilders. Hij behoorde tot de stroming van caravaggisten. Zijn Italiaanse bijnaam was Leonardo della Notte vanwege de vele nachttaferelen.
Van zijn ouders is, behalve de namen Hendrick en Christyntge, niets bekend. Bramer, die een leerling was van Abraham Bloemaert, begon in 1614 een lange reis via Arras, Amiens en Parijs, om in februari 1616 aan te komen in Aix-en-Provence. Daar ontmoette hij Wybrand de Geest en maakte een bijdrage aan een album amicorum. Vervolgens reisde hij via Marseille, Genua en Livorno naar Rome, waar hij in 1618 aankwam. In Rome woonde hij eerst aan de Via della Croce, later — in 1621 — samen met de Goudse kunstenaar Wouter Crabeth II aan de Via dei Pontefici, en vervolgens weer alleen aan de Via Ripetta. Hij was een van de oprichters van de Bentvueghels, een schildersgenootschap. Bij zijn initiatie kreeg hij de bijnaam Nestelghat. Hij maakte ook uitstapjes naar Mantua en Venetië, waar hij verschillende opdrachten kreeg. Hij was betrokken bij een steekincident op 18 oktober 1627 waarbij Claude Lorrain vergeefs probeerde te bemiddelen. Bramer was daardoor gedwongen Rome te verlaten.
Tegen 1628 was hij weer terug in Delft; in 1629 werd hij toegelaten tot het plaatselijke Sint-Lucasgilde. Hij was waarschijnlijk nooit getrouwd geweest.
Bramer had een voorliefde voor drama en schilderde meerdere malen De besnijdenis van Christus. Onder zijn Nederlandse opdrachtgevers bevonden zich leden van het huis Oranje, waaronder prins Frederik Hendrik, en de plaatselijke burgemeesters en schepenen. Hij was plateelschilder en maakte muur- en plafondschilderingen. De fresco's voor Huis Honselaarsdijk, Huis ter Nieuburch en het Delftse Prinsenhof zijn vanwege sloop of het Nederlandse klimaat niet bewaard gebleven.

In 1648 reisde hij opnieuw naar Rome. In 1653 was hij terug en verdedigde hij zijn leerling Johannes Vermeer jegens diens aanstaande schoonmoeder die aanvankelijk de hand van haar dochter aan Vermeer weigerde. Zij stemde uiteindelijk toe nadat Vermeer had beloofd katholiek te worden.
Bramer was voorts leraar van Pieter Vromans (III). Hij werd nagevolgd door Pieter Crijnse Volmarijn en Abraham Pietersz. Vromans. Domenico Gargiulo en Daniël Thivart werden door hem beïnvloed.