Lichtekooi

Een lichtekooi is een wat oudere benaming voor een vrouw van lichte zeden, oftewel een prostituee. De herkomst van het woord is onzeker; er zijn verscheidene verklaringen geopperd. Daarbij wordt wel naar scheepsterminologie verwezen, en het is zelfs mogelijk dat de samenstelling lichtekooi in haar geheel een zeemansterm is. Deze hypothese wordt versterkt door de overweging dat de prostitutie voorheen met name in havensteden welig tierde; maar zeker is zij niet, en er zijn ook andere verklaringen voor het woord.

Vergelijk zinnen als: "Dat zullen we niet licht vergeten."
In die verklaring betekent kooi: "bed" (op een schip), zoals we dat ook nu nog in de scheepsterminologie tegenkomen.
In een klaagzang op de dood van prins Maurits schreef Constantijn Huygens:
Mauringh was te kooi gekropen
En de endeloze slaap
Had zijn wakker oog beslopen
En hem, leeuw gemaakt tot schaap.
(Bedoeld wordt dat Maurits zich op zijn [sterf]bed heeft teruggetrokken, en is ontslapen.)
De lichtekooi zou dan iemand zijn die gemakkelijk in bed te krijgen is.
Doordat licht eigenlijk niet één betekenis maar verschillende betekenissen kent, kan er vervolgens ook nog verwarring ontstaan zijn. In een later stadium zou het woorddeel in deze samenstelling toch weer zijn opgevat als "niet zwaar", dus zo ongeveer: "veil, gemakkelijk van lichaam".

Boektitels

Het toneelstuk van Jean-Paul Sartre La Putain respectueuse (1946) is in het Nederlands vertaald als De eerbiedige lichtekooi.

Art & Lies. A piece for three voices and a bawd (1994) van Jeanette Winterson werd in het Nederlands vertaald als Kunst & Leugens. Compositie voor drie stemmen en een lichtekooi.

De historische roman Slammerkin (2000) van Emma Donoghue, over een achttiende-eeuwse prostituee, kreeg in Nederlandse vertaling de titel Lichtekooi.

Literatuur