Een lopoliet is een magmatische intrusie met een omgekeerde komvorm. De onderzijde van een lopoliet is neerwaarts convex en de bovenzijde vlak of ook neerwaarts convex. Daarmee heeft een lopoliet de omgekeerde vorm van een laccoliet. Lopolieten ligt bij benadering horizontaal en parallel met het omringend gesteente. Ze kunnen een diameter van honderden kilometers hebben. De meeste lopolieten hebben een mafische samenstelling en bestaan uit het gesteente doleriet.
Bij de vorming van een lopoliet werden de onderliggende lagen naar beneden gedrukt. Dit kan verklaard worden met het grote volume van dit type intrusie.
Vanwege hun enorme grootte koelen lopolieten langzaam af. Daardoor bestaat een gestolde lopoliet uit kristallijn gesteente met een zichtbare kristalgrootte. Kenmerkend voor lopolieten is ook interne gelaagdheid: veel lopolieten zijn gelaagde intrusies. De gelaagdheid komt tot uiting in de concentratie van bepaalde mineralen in lagen. Dankzij de concentratie van mineralen kunnen lopolieten interessant zijn voor de mijnbouw. Lagen die rijk zijn in het mineraal chromiet zijn bijvoorbeeld een belangrijke bron van chroomerts.