| Lothar Kempter | ||||
|---|---|---|---|---|
Lothar Kempter reproductie uit Art. Anst. J.A. Preuss: Die Stadt Zürich, Zürich, 1896 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Lothar Kempter | |||
| Geboren | 5 februari 1844 | |||
| Overleden | 14 juni 1918 | |||
| Land | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Leermeester(s) | Hans von Bülow | |||
| Beroep(en) | muziekpedagoog, dirigent | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Instrument | piano | |||
| Stijl(en) | opera | |||
| Belangrijkste werken | Ein Albumblatt, Dem Schweizervolke!, Volkslied, Die Sansculottes | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Lid van | AGV München | |||
| Archieflocatie | Zentralbibliothek Zürich | |||
| Links | ||||
| (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Lothar Kempter (Lauingen, 5 februari 1844 – Vitznau, 14 juni 1918) was een Duits-Zwitserse componist, muziekpedagoog en dirigent. Hij was een zoon van de organist en muziekleraar Friedrich Kempter (1810-1864) uit Lauingen.
Kempter studeerde op expliciete wens van zijn vader eerst rechtswetenschap aan de Ludwig Maximilians-Universiteit, die toen nog gewoon "Universiteit München" heette. Na de dood van zijn vader studeerde hij vanaf 1868 muziek aan de Hochschule für Musik und Theater in München, toen nog koninklijke muziekschool geheten, bij onder anderen Hans von Bülow (ensemblespel), Joseph Rheinberger (compositie), Franz Wüllner (koorzang) en Karl Baermann (piano).
In 1870 werkte hij als correpetitor aan het koninklijke hoftheater in München en werd dirigent van de academische zangvereniging aldaar. In 1871 vertrok hij naar Maagdenburg en werd tweede dirigent van het orkest aan het stedelijk theater. In hetzelfde jaar huwde hij daar met de zangeres Caroline Leonoff. Samen hadden zij twee zonen Lothar (1873-1948) en Max (1879-1943).
Daarna was hij voor 3 jaar werkzaam bij het orkest van het theater in Straatsburg. In 1875 werd hij kapelmeester aan het "Aktientheater" in Zürich; zijn vrouw was tevoren al als gastzangeres werkzaam geweest. In 1879 werd hij verantwoordelijke leider van de concerten in de concertzaal "Tonhalle", de thuisbasis van het huidige Tonhalle Orchester Zürich. Van 1875 tot 1915 was hij als dirigent ook verbonden aan de opera in Zürich en had daarmee grote invloed op de ontwikkeling van het muziekleven in deze grootste Zwitserse stad. Verder was hij van 1906 tot 1911 dirigent van de leraren zangvereniging in Zürich.
In 1886 werd hij als opvolger van Gustav Weber docent in muziektheorie en compositie aan de Hochschule für Musik und Theater Zürich in Zürich. In 1916 ging hij met pensioen. Genaturaliseerd werd hij in 1892.
Als componist schreef hij werken voor orkest, harmonieorkest, muziektheater, vocale muziek en kamermuziek. In 1911 werd hij benoemd tot eredoctor van de Universiteit Zürich.
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| ca. 1870 | Die Flagellantin | |||
| 1895 | Das Fest der Jugend | Hermann Stegemann | ||
| 1900 | Die Sansculottes | 3 bedrijven | 1900, Zürich | Hans Hochfeldt |