Luchtkoker

Een luchtkoker is een ronde of een vierkante pijp waar lucht of verluchting door kan. Luchtkokers staan op gebouwen, fabrieken en op schepen. Ze kunnen onwelriekende stoffen en gassen laten weglopen naar de vrije lucht, meestal met behulp van een ventilatiesysteem. Op fabrieksdaken kunnen ze van aluminium zijn.

Luchtkokers staan meestal op daken of lopen langs een gevel van een fabriek, werkplaats of atelier.

Op de scheepvaart algemeen: binnenvaart, zeevaart en marineschepen, staan op de dekken en opbouwen eveneens luchtkokers om onderdeks de slechte lucht te laten ontsnappen. Tijdens het varen stroomt er zodoende meer verse lucht naar binnen.

Op de vroegere zeilvaart en stoomvaart werden voor het eerst ronde luchtkokers gebruikt - die konden wel van hoogte verschillen - met een ovale opening bovenaan, die rondboog naar lichtschuin-voorover-verticale stand. Deze luchtkokers waren aan de buitenkant lichtblauw, grijs of zwart, naargelang de kleuren van het schip. De binnenkant was bijna altijd rood of soms ook knalgeel of oranje geschilderd. Dit was om aan te duiden, dat er niets mocht ingegooid worden, om verwondingen te vermijden aan personen die onderdeks juist onder zo'n verluchtingspijp liepen. Meestal was er aan het kajuitplafond een metalen vangrooster, om toch nog een onvoorzichtige ingooi op te vangen.

Luchtkokers staan ook opgesteld op de machinekamerruimten, om lucht voor de motoren aan te zuigen.

Op sommige luxejachten staan soms koperen luchtkokertjes opgesteld, eerder als pronkzucht, maar toch nuttig voor verluchting.

De moderne luchtkokers op schepen en de huidige gebouwen lijken op grote platte paddenstoelen. Deze overkappen zodanig dat er onmogelijk regen of buiswater in terecht kan komen. Deze paddenstoelvormige luchtkokers kunnen wel één tot anderhalve meter doorsnee hebben.