| Hippoboscidae | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Volgezogen gierzwaluwluisvlieg | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Familie | ||||||||||||
| Hippoboscidae Leach, 1815 | ||||||||||||
| ||||||||||||
Luisvliegen (Hippoboscidae) zijn een familie van insecten uit de orde van de tweevleugeligen (Diptera). Wereldwijd zijn 786 soorten bekend (2011).
Luisvliegen hebben een plomp, plat en harig lichaam, een korte steeksnuit en poten met klauwtjes. Sommige soorten hebben ontwikkelde vleugels, bij andere zijn deze gereduceerd of zelfs helemaal verdwenen.
De luisvliegen zijn een afwijkende groep van vliegen vanwege hun aparte bouw en bijzondere levenswijze. Ze zijn parasitair en leven van het bloed van andere dieren zoals vogels. Luisvliegen kunnen net als teken het achterlijf vol zuigen met bloed, vooral de bevruchte vrouwtjes, waardoor ze duidelijk opzwellen.
Een bekende soort is de gierzwaluwluisvlieg (Crataerina pallida), die leeft van het bloed van de gierzwaluw. Een andere voorbeeld is de 3,5 tot 5 millimeter grote hertenluisvlieg (Lipoptena cervi), die parasiteert op grote zoogdieren.
Sommige luisvliegen zijn zo klein dat ze op andere insecten parasiteren. Een voorbeeld is de bijenluis (Braula coeca), die een belangrijke plaag is van de honingbij (Apis mellifera).
Luisvliegen zijn levendbarend en de larven ondergaan geen metamorfose; ze zien eruit als kleine versies van de imago's. Tijdens de ontwikkeling in het moederlichaam neemt de larve voedzame stoffen op uit speciale klieren.
Deze familie komt wereldwijd voor in tropische en subtropische gebieden als ectoparasiet op vogels en zoogdieren.