
De metacarpofalangeale gewrichten of MCP-gewrichten zijn de gewrichten tussen de middenhandsbeenderen en het grondkootjes van de vinger. Vier ervan zijn de gewrichten van de knokkels, de vier tussen de handpalm en de andere vier vingers dan de duim. Deze vier gewrichten worden ook knokkelgewricht genoemd. Het metacarpofalangeale gewricht kan bij de duim alleen buigen en strekken, bij de andere vingers is er ook een zijwaartse beweging mogelijk. De P komt van de oude spelling phalanx.
De overeenkomstige teenkootjes zijn er ook in de voet, daar zijn het de metatarsofalangeale of MTP-gewrichten.