| Vijfdelig kaasjeskruid | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Malva alcea L. (1753) | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||

Vijfdelig kaasjeskruid (Malva alcea) is een plantensoort uit de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).
Vijfdelig kaasjeskruid is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 0,5–1 m. De plant heeft vijflobbige bladeren. De bovenste bladeren zijn twee derde of dieper ingesneden, maar de onderste minder diep. De plant bloeit van juni tot september met roze, reukloze bloemen. De bloem bestaat uit vijf kroonbladen. De onderste bloemen staan alleen. De 2,5–4 cm grote bloemen hebben veel meeldraden, die tot een androgynofoor samengegroeid zijn. De vrucht is een splitvrucht. De zaden kiemen in de herfst. Voor de siertuin kan in april gezaaid worden.
Vijfdelig kaasjeskruid komt voor in bermen, langs akkers, in dijkvegetatie (op zuidhellingen) en langs heggen. De plant heeft een zonnige, matig droge tot vochtige, stikstofrijke grond nodig. De bloemen worden bezocht door honingbijen en hommels en is ook een waardplant voor de malvabandspanner (Larentia clavaria).
Vijfdelig kaasjeskruid heeft haar optimum in de glanshaver-associatie.
Vijfdelig kaasjeskruid is in Nederland vrij zeldzaam. Ze komt voor in de Betuwe en in de kuststreken. De soort staat op de Belgische Rode Lijst als zeldzaam tot zeer zeldzaam.
De soort wordt ook als sierplant gebruikt, waarbij er zeven tot negen per m² moeten worden geplant. Er komen veel verschillende cultivars voor.