Mark Behr (Arusha (Tanganyika), 19 oktober 1963 – Johannesburg, 28 november 2015) was een Zuid-Afrikaans schrijver en hoogleraar.
Behr werd geboren in Tanganyika (tegenwoordig Tanzania). Toen hij twee jaar was, verhuisden zijn ouders naar Durban. Hij werd gedeeltelijk Engels, gedeeltelijk Afrikaans opgevoed. Na de middelbare school moest hij in dienst en werd, zoals veel van zijn leeftijdgenoten, naar de grensoorlog in Angola gestuurd. Vervolgens studeerde hij politieke wetenschappen en Engels aan de Universiteit van Stellenbosch, gevolgd door een Honneursgraad. Als student was hij actief betrokken bij de NUSAS (de Nationale Unie van Zuid-Afrikaanse Studenten} en de End Conscription Campaign. Echter, in 1990 maakte hij, tijdens een ANC-bijeenkomst in Lusaka, bekend dat hij vanaf 1986 onder zijn medestudenten had gespioneerd voor de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst. Na een onderzoeksbaan aan het International Peace Research Institute in Oslo vertrok hij naar Amerika. Hij behaalde 3 masters aan de Notre Dame Universiteit (Indiana): in Internationale vredesstudies (1993), Creatief schrijven (1998) en Engelse literatuur (2000). Terug in Zuid-Afrika was hij docent Engels aan de Vista Universiteit in Johannesburg, hoogleraar aan het College of Santa Fe in New Mexico en professor creatief schrijven aan het Rhodes College in Memphis, Tennessee, en in het MA programma van de Witwatersrand Universiteit in Johannesburg. Behr overleed aan een hartinfarct op 52-jarige leeftijd.
Mark Behr begon zijn literaire loopbaan met het schrijven van gedichten tijdens zijn studie in Stellenbosch. Ze werden gepubliceerd in een (Afrikaanstalig) studentenblad. In 1993 debuteerde hij met de roman Die reuk van appels, waarin een soldaat tijdens de grensoorlog in Angola in 1989 een cruciale periode uit zijn jeugd herleeft.In 1995 kwam de door hem zelf geschreven Engelse editie uit. Zijn twee volgende boeken schreef hij uitsluitend in het Engels.
In Embrace domineert de bewustwording van de homoseksuele geaardheid van een jongen in de indoctrinerende sfeer van de jaren 70 in een koorschool in de Zuid-Afrikaanse Drakensbergen. Dit is meer dan een knipoog naar de Drakensberg Boys’ Choir School waar hij zelf twee jaar studeerde.
In Kings of the Water keert de hoofdpersoon voor de begrafenis van zijn moeder terug naar Zuid-Afrika. Tijdens die dag duiken doorheen zijn ontmoetingen niet alleen herinneringen op maar schetst hij ook de uitdagingen van de nieuwe politieke realiteit.
Die reuk van appels werd door Johann Smith in 2017 bewerkt tot een theatermonoloog. In een regie van Lara Bye speelde Gideon Lombard meer dan 100 voorstellingen en werd het stuk met verschillende theaterprijzen bekroond.
Zijn werken werden in een tiental talen vertaald.
Alle drie de romans hebben een hoog autobiografisch karakter. De grens met Angola en Simonsstad, de koorschool in de Drakensbergen, het natuurpark: als achtergrond voor zijn romans konden deze omgevingen inderdaad zo uit zijn leven geplukt worden. De politieke sfeer tijdens de apartheid kan niet vermeden worden. Enige voorzichtigheid is evenwel niet te versmaden wanneer men de ervaringen van de hoofdpersonages te nadrukkelijk op het leven van de auteur wil drukken.
Die Reuk van Appels:
The Smell of Apples
Embrace
Kings of the Water