
Martin Levi van Creveld (Hebreeuws: מרטין ון קרפלד) (Rotterdam, 5 maart 1946) is een Israëlische wetenschapper en schrijver op het gebied van militaire geschiedenis en militaire strategie. Hij is een van de meest gezaghebbende auteurs op zijn vakgebied. Hij heeft (gast)docentschappen bekleed aan nagenoeg elke westerse instelling die zich bezighoudt met militair-strategische vraagstukken. Zijn bekendste boeken zijn: Command in War (1985), The Transformation of War (1991), The Sword and the Olive (1998) en The Rise and Decline of the State (1999).
Van Creveld is geboren in Nederland, maar is al op vierjarige leeftijd, als kind van overtuigde zionisten, naar Israël geëmigreerd. Hij beheerst, naast Hebreeuws, Engels en Duits, ook Nederlands. Van Creveld is afgestudeerd aan de London School of Economics en de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Aan deze laatste instelling is hij sinds 1971 als hoogleraar verbonden. Hij is de auteur van een vijfentwintigtal boeken over militaire geschiedenis en militaire strategie. Van Creveld heeft (gast)docentschappen bekleed aan nagenoeg elke westerse instelling die zich bezighoudt met militair-strategische vraagstukken, inclusief het befaamde U.S. Naval War College.
Hij heeft een zeer dwarse, humoristische en weinig autoriteitsgevoelige geest. In navolging van Machiavelli zei hij over hen die zijn geroepen om te heersen: "Wie niet bereid is wreed te zijn, kan beter burgemeester van Disneyland worden."
Zijn werk omvat vrijwel alle aspecten van krijgskunde en oorlogvoering. Hij heeft geschreven over de geschiedenis van de Israëlische krijgsmacht (Military Lessons of the Yom Kippur War, The Sword and the Olive en Defending Israel), de geschiedenis van de Duitse oorlogvoering in de Tweede Wereldoorlog (Hitler's Strategy 1940-1941, Fighting Power), en de historie van de Amerikaanse krijgsverrichtingen (Supplying War, Fighting Power, The Changing Face of War). Ook komen in zijn oeuvre militaire logistiek, luchtmacht en nucleaire oorlogvoering aan bod.
De meeste aandacht heeft hij gekregen met boeken waarin hij strategie en tactiek van de hedendaagse oorlogvoering bespreekt: The Transformation of War, The Rise and fall of the State, The Art of War. Oorlogvoering is na 1945 ingrijpend veranderd door nucleaire technologie, globalisering en verzwakking van de staat. Van Creveld maakt aannemelijk dat grootschalige oorlogen tussen nationale staten met 'conventionele' legers onwaarschijnlijk zijn geworden. In plaats daarvan komt de strijd tegen guerrilla's en terrorisme. Hiermee heeft hij zich ook gepresenteerd als denker over politiek. In dit verband verdient ook zijn biografie van Moshe Dayan vermelding. Hij heeft naast een politieke en historische visie ook een sociale visie op oorlogvoering gegeven in het boek Culture of War in het Nederlands ook Oorlogscultuur, waarin hij beschrijft waarom mensen oorlog voeren en de fascinatie daarvoor, en waarom het niet realistisch is te bedenken dat er ooit geen oorlog meer zal zijn. Ook hier doet hij gevoelige uitspraken over de gevolgen van kernwapens, terrorisme en feminisme.
Ten slotte heeft hij zich begeven op het terrein van de genderstudies met de boeken: Men, Women, and War en "The privileged sex"
In The Transformation of War ontwikkelt Van Creveld een "niet-trinitarische theorie van oorlogvoering", in tegenstelling tot de trinitarische theorie van Carl von Clausewitz, zoals uiteengezet in diens Vom Kriege uit 1832-1834. Clausewitz' 'trinitarische (of drieënige) model' (een term van Van Creveld) maakt onderscheid tussen aspecten van oorlogsvoering die betrekking hebben op (i) de bevolking, (ii) het leger en (iii) de overheid. Van Creveld vindt deze benadering te beperkt om actuele oorlogssituaties te beschrijven waarin partijen optreden die geen onderdeel zijn van de genoemde categorieën (zoals bijvoorbeeld in guerrilla-oorlogen en bij terroristische aanvallen). Hij stelt in plaats daarvan vijf centrale vragen:
Van Creveld heeft vastgesteld dat veel oorlogen na 1945 conflicten zijn waarin de machtigste staat het onderspit delft. In het boek wordt beargumenteerd dat de natiestaat een neergang meemaakt zonder dat daarmee een navenante neergang in georganiseerd geweld gepaard gaat. Legers worden ten onrechte voorbereid op conventionele oorlogen in plaats van op het soort conflicten waarin ze het meest waarschijnlijk betrokken zullen raken.
Het belang van dit boek wordt gedemonstreerd door het feit dat The Transformation of War tot zomer 2008 - als een van de weinige niet-Amerikaanse titels (naast Sun Tsu en Von Clausewitz) - verplichte leerstof was voor Amerikaanse officieren. Van Crevelds Supplying War: Logistics from Wallenstein to Patton staat vanaf 2008 op deze verplichte literatuurlijst.
Naast het schrijven van boeken over militair-historische onderwerpen, geeft Van Creveld ook geregeld commentaar op de actualiteit.
Tijdens een EO-programma uitgezonden door Radio 1 op 15 april 2002 veroorzaakte Van Creveld grote opschudding door in een vraaggesprek een pleidooi te houden dat:
In een tv-interview in 2002 sprak hij er zijn twijfel over uit of de Israëliërs de Palestijnen zouden kunnen verslaan:
In 2002 zegt Van Creveld in Elsevier:
In 2004 schreef Van Creveld in de International Herald Tribune:
In 2005 haalde Van Creveld de krantenkoppen toen hij zei dat de invasie van Irak in 2003:
En in 2005 wordt in een interview in Elsevier Weekblad de volgende uitspraak van Van Creveld aangehaald:
In 2007 gaf van Creveld tegenover UPI het volgende commentaar: