Een mechanoreceptor is een zenuwreceptor die reageert op mechanische druk of vervorming. Mechanoreceptoren worden gestimuleerd door zenuwcellen die mechanische druk omzetten in elektrische signalen die bij dieren naar het centrale zenuwstelsel worden gestuurd. Ze zijn te vinden in sensorische organen, zoals de oren, de huid en de slagaders. Derhalve is er een grote verscheidenheid aan mechanoreceptoren die sterk variëren in structuur en functie.
De belangrijkste classificatie van mechanoreceptoren is gebaseerd op hun oorsprong. Eén deel van de mechanoreceptoren is ontstaan uit het epitheel en het andere deel uit de zenuwknopen.
Er wordt aangenomen dat epitheelreceptorcellen in de loop van de evolutie 2 tot 3 keer onafhankelijk zijn ontstaan en dat alle huidige sensorische cellen van dit type modificaties van dergelijke originele vormen vertegenwoordigen. In de huid voorkomende mechanoreceptoren reageren op mechanische stimuli die het gevolg zijn van fysieke prikkeling, waaronder druk en trillingen. Ze worden allemaal gestimuleerd door Aβ-vezels, behalve de mechanorecepterende vrije zenuwuiteinden, die worden gestimuleerd door Aδ-vezels. De in de huid voorkomende mechanoreceptoren kunnen worden ingedeeld op basis van het soort gevoel dat ze waarnemen, op basis van de snelheid van aanpassing en op basis van morfologie. Bovendien heeft elk een ander receptief veld.
Verschillende gespecialiseerde lichaampjes en zenuwuiteinden gelegen in of vlak onder de huid, sturen signalen over de sensatie die ze waarnemen naar de hersenen. Vooral het sensorische projectiegebied is betrokken bij de verwerking van tastprikkels. De tast- en drukreceptoren bevinden zich overal in de huid, alleen zijn deze niet gelijkmatig verdeeld over ons lichaam. De vingers, voeten, lippen en tong hebben bijvoorbeeld een heleboel sensoren. Op de rug zitten er relatief weinig. Er bestaan verder fasische tastzintuigen die vooral gevoelig zijn voor veranderingen in druk en tonische tastzintuigen die signalen uitzenden zolang de prikkeling aanhoudt. De laatsten vindt men bijvoorbeeld rondom het hart waar zij de bloeddruk registreren.
Er is een indeling in zes soorten tactiele prikkels te maken, die alle zes ook gespecialiseerde receptoren in het epitheel kennen:[bron?]
Epithele mechanoreceptoren kunnen ook in categorieën worden onderverdeeld op basis van hun aanpassingssnelheid. Wanneer een mechanoreceptor een stimulus ontvangt, begint deze impulsen of actiepotentialen af te vuren met een verhoogde frequentie (hoe sterker de stimulus, hoe hoger de frequentie). De cel zal zich echter snel "aanpassen" aan een constante of statische stimulus en de impulsen zullen afnemen tot een normaal tempo. Receptoren die zich snel aanpassen (dat wil zeggen snel terugkeren naar een normale impulsfrequentie) worden "fasische" genoemd. De receptoren die langzaam terugkeren naar hun normale impulsfrequentie worden tonische genoemd. Fasische mechanoreceptoren zijn nuttig bij het waarnemen van zaken als textuur of trillingen, terwijl tonische receptoren onder meer nuttig zijn voor het waarnemen van temperatuur en voor de proprioceptie.
Epithele mechanoreceptoren met kleine, nauwkeurige receptieve velden worden aangetroffen in gebieden die een nauwkeurige tast vereisen (bijvoorbeeld op de vingertoppen). In de vingertoppen en lippen is de innervatiedichtheid van langzaam aanpassende type I en snel aanpassende type I mechanoreceptoren groot. Deze twee soorten mechanoreceptoren hebben kleine discrete receptieve velden en er wordt aangenomen dat ze ten grondslag liggen aan het meeste laagdrempelige gebruik van de vingers bij het beoordelen van textuur, wrijving en trillingen. Mechanoreceptoren die worden aangetroffen in delen van het lichaam met minder tastscherpte hebben doorgaans grotere receptieve velden.

Rekreceptoren zijn mechanoreceptoren, die reageren op uitzetting van verschillende organen en rek van spieren en zijn neurologisch verbonden met de medulla in de hersenstam via afferente zenuwvezels. Voorbeelden hiervan zijn rekreceptoren in de arm- en beenspieren en pezen, in het hart, in de dikke darmwand en in de longen.
Rekreceptoren worden ook aangetroffen rond de halsslagader, waar ze de bloeddruk controleren en de afgifte van antidiuretisch hormoon (Antidiuretisch hormoon) uit de hypofyseachterkwab stimuleren.
Rekreceptoren zijn onder meer:
De Golgi-peeslichamen geven signalen door aan de hersenen over de rek in pezen. Daardoor wordt de maximale uitslag van een pees onbewust gecontroleerd en overbelasting voorkomen. Ze komen ook voor in alle andere bindweefselvliezen.
Spierspoeltjes registreren rek of verkorting van spieren en zijn bij de proprioceptie betrokken.
Lamellaire lichaampjes of lichaampjes van Pacini of lichaampjes van Vater-Pacini zijn vervormings- of drukreceptoren die in de huid en ook in verschillende inwendige organen zitten. Elk lichaampje is verbonden met een sensorisch neuron. Vanwege de relatief grote omvang ervan kan een enkel lamellair lichaampje worden geïsoleerd en de eigenschappen ervan worden bestudeerd. Mechanische druk met variërende sterkte en frequentie kan met een drukpen op het lichaampje worden uitgeoefend en de resulterende elektrische activiteit kan worden gedetecteerd door elektroden die aan het preparaat zijn bevestigd.
Door het lichaampje te vervormen ontstaat er een receptorpotentiaal in de sensorische neuron. Dit is een graduele respons: hoe groter de vervorming, hoe groter het receptorpotentiaal. Als het receptorpotentiaal de drempel bereikt, wordt een salvo van actiepotentialen (zenuwimpulsen) geactiveerd bij de eerste insnoering van Ranvier van de axon.
Zodra de drempel is bereikt, wordt de omvang van de stimulus omgezet in de frequentie van de impulsen die in het neuron worden gegenereerd. Dus hoe groter of sneller de vervorming van een enkel lichaampje, des te hoger de frequentie van zenuwimpulsen die in het neuron ervan worden gegenereerd.
De optimale gevoeligheid van een lamellair lichaampje is 250 Hz. Het frequentiebereik dat op de vingertoppen wordt gegenereerd door structuren kleiner dan 200 micrometers.
Er zijn vier soorten mechanoreceptoren ingebed in ligamenten. Omdat al deze soorten mechanoreceptoren ingebed zijn in myeline, kunnen ze snel sensorische informatie over gewrichtsposities doorgeven aan het centrale zenuwstelsel.
Er wordt aangenomen dat met name type II- en type III-mechanoreceptoren verband houden met iemands gevoel van proprioceptie.

Mechanoreceptoren voor insecten en geleedpotigen zijn onder meer:
Mechanoreceptoren zijn ook aanwezig in plantencellen waar ze een belangrijke rol spelen bij de normale groei, ontwikkeling en het waarnemen van hun omgeving. Mechanoreceptoren op de voelharen helpen de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) bij het vangen van prooien.