Risaliet

Westgevel erekoer Alden Biesen met middenrisaliet onder driehoekig fronton
Instituut der Wetenschappen in Gent, met hoek- en middenrisalieten

Een risaliet of gevelvoorsprong is een muurvlak dat over de volle hoogte van een gevel wat naar voren springt.

Terminologie

Een risaliet in het midden van de gevel is een middenrisaliet, waarin vaak de ingangspartij is verwerkt. Een risaliet op de hoek noemt men een hoekrisaliet. Het vooruitspringen heet risaleren; zo heeft de Sint-Augustinuskerk in Elsloo een 'licht risalerende toren'.

Het woord is in het Nederlands geattesteerd in 1832 en is afkomstig van het Italiaanse risalto (uitbouw).

Gebruik

Risalieten geven een gebouw reliëf en schaduwwerking. Het zijn muurvlakken, breder dan de lisenen, die meer op lijnen of pilasters lijken.

Risalering werd veelvuldig aangewend bij bakstenen gebouwen in Mesopotamië, bijvoorbeeld in de noordgevel van de Ninmach-tempel te Babylon. Het stijlkenmerk werd ook veel toegepast in de baroktijd en het classicisme. Bij deze gebouwen werd het middenrisaliet bekroond door een driehoekig fronton.

In gebouwen van de jaren dertig van de 20e eeuw paste men het risaliet ook toe, zoals in de voorgevel van de hoofdzetel van de steenkoolmijn van Houthalen.

Risalieten kunnen ook worden aangebracht ter versteviging van een gebouw. Dit is bijvoorbeeld gebeurd bij 's Lands Zeemagazijn in Amsterdam.

Voorgevel hoofdgebouw steenkoolmijn Houthalen