Een moedercomplex volgens de analytische psychologie is de door het kind geïnternaliseerde ervaring van de moeder. Een complex in deze zin van het woord, is een emotioneel geladen cluster van energie, dat voorbijgaat aan de controle van het ego.
Jungiaans analist en auteur James Hollis legt het moedercomplex zo uit, dat als de moeder niet aan de behoeften van het kind kan voldoen, en ze haar persoonlijke complexen op het kind overdraagt, het kind zal lijden aan de wonden van enerzijds verlating of anderzijds overweldiging. Bij verlating leert het kind zijn of haar eigen waarde wantrouwen, en ook de betrouwbaarheid van de wereld. Bij overweldiging voelt het kind zich machteloos bij het verdedigen van zijn of haar fragiele grenzen. In het laatste geval ontstaat een meegaande, codependente persoonlijkheid, of een angstige, overcompenserende, door macht gedomineerde persoonlijkheid.
In beide gevallen leeft het kind in reactie op een heftige ervaring. Dit zorgt ervoor dat zijn of haar natuurlijke werkelijkheid wordt onderworpen. De relatie met de moeder wordt door het moedercomplex geprojecteerd op latere volwassen relaties. Zo ontstaat, of is er sprake van, een vals of onecht zelf.
De Jungiaanse analist en auteur Robert Johnson omschrijft in zijn boek over de mannelijke psychologie het moedercomplex als iets dat volledig binnenin een man huist. Het is volgens hem een regressieve (terugkeer naar een eerdere toestand) capaciteit van een man. Hij omschrijft het als het verlangen weer afhankelijk van de moeder te zijn en kind te zijn, en als het verlangen van een man om te falen, verslagen te zijn, een fascinatie te hebben met de dood of met het ongeluk, en een eis te hebben dat er voor hem gezorgd wordt. Volgens Johnson is het moedercomplex puur gif in de psychologie van een man.
Johnson spreekt van zes basale relaties die een man met de 'vrouwelijke wereld' onderhoudt, en dat die relaties onderling niet met elkaar verward moeten worden. Naast het moedercomplex, wat zich in de man bevindt en niet goed voor hem is, maakt Johnson onderscheid tussen de menselijke moeder van de man, met al haar unieke eigenschappen, het moeder archetype, dat al het goede van het moederlijke representeert, zijn anima, dat is zij die opwekt en leven brengt, zijn vrouw of partner, met wie hij de levensweg bewandelt, en sophia, die staat voor de wijsheid, die als vrouwelijk gezien wordt.
Carl Jung schrijft over het moedercomplex dat het erop lijkt dat de moeder altijd actief aan het ontstaan van het complex heeft meegewerkt. De effecten van het moedercomplex zijn volgens hem verschillend al naar gelang het om een zoon of een dochter gaat. Bij zonen heeft het invloed op hun seksualiteit. Bij dochters heeft het invloed op het vrouwelijke, het moederlijke, of juist op de eros. Er kan bij dochters ook een identificatie met de moeder ontstaan. Ook kan er bij hen een afweer ontstaan tegen de moeder met het verlangen alles anders te doen. Jung spreekt zowel van een positief als van een negatief moedercomplex.
Bij de disfunctionele schema's die behandeld worden in schematherapie is er sprake van een schema dat vergeleken kan worden met het moedercomplex. Dat betreft het schema verstrengeling/kluwen. Daarbij is sprake van een overdreven betrokkenheid bij en verbondenheid met een of meer opvoeders. Dit belet een persoon een eigen identiteit te ontwikkelen.
James Hollis benadrukt de noodzaak van een verwonding voor het overstijgen van het moedercomplex bij mannen. Mannen moeten de behoefte aan veiligheid en verzorging door een moeder overstijgen. In vroeger samenlevingen werd dit bewerkstelligd door initiaties, waarbij jongens bij hun moeders werden weggehaald om een man te worden, daarbij vaak geholpen door oudere mannen. In de moderne samenleving is er een gebrek aan initiaties. Het was niet ongebruikelijk dat bij initiaties verwondingen werden toegebracht om pijn te leren verdragen, en zo een man te worden.
In Perceval of het verhaal van de Graal, geschreven door Chrétien de Troyes, krijgt Perceval, als hij zijn moeder verlaat om ridder te worden, kleding van haar die hij niet wil ruilen voor het gewaad van de Rode Ridder, wanneer hij die verslagen heeft. Zo houdt Perceval symbolisch vast aan het moedercomplex, en kan hij de Graal niet waarderen wanneer hij die ziet, maar ook kan hij de vraag die de Visserkoning zou kunnen helen niet stellen.
In het sprookje IJzerhans moet het prinsje wanneer hij op pad gaat met de wildeman IJzerhans, de wereld van zijn ouders, een koningspaar, achter zich laten. Door met de wildeman op pad te gaan kan hij een man worden. Maar de wildeman zit gevangen in een kooi bij het kasteel. De wildeman vertelt het prinsje dat de sleutel onder het kussen van zijn moeder ligt, en dat hij het moet stelen om de wildeman te bevrijden. Hij moet dus een actieve daad stellen om los te komen van de afhankelijkheid van zijn moeder, en het moedercomplex. Bij het bevrijden van de wildeman verwondt het prinsje zich aan een vinger. Hij zal zich later weer verwonden, maar dan aan zijn been.