Myeline

Zenuwcel

Myeline is een vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel de axonen of zenuwvezels omhult in de vorm van een om de axon gerolde dubbele laag, de mergschede of myelineschede.

Functie

Myeline geeft de axonen hun witte kleur. Het zorgt ervoor dat de actiepotentiaal, de zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd, van 2 m/s naar maximaal 120 m/s. Zonder myeline zou een dergelijk impuls er veel langer over doen om door de axon de volgende zenuwcel te bereiken. Dit is in het bijzonder voor lange afstanden zoals het perifere zenuwstelsel van groot belang. De myelineschede bestaat uit een vele malen om de axon gerolde dubbele lipidenlaag, zoals die ook in celmembranen voorkomt. Dat is door onderzoek met de elektronenmicroscoop ontdekt.

Behalve het helpen bij het overbrengen van de zenuwimpulsen zorgt de myeline er ook voor dat een elektrisch signaal niet naar een zenuwcel overspringt waar het niet voor is bedoeld en zo kortsluiting veroorzaakt. Oligodendrocyten zorgen in het centrale zenuwstelsel dat de myeline wordt aangebracht, voor de myelinisatie. Schwanncellen zorgen daar in het perifere zenuwstelsel voor.

Geleiding

De impulsgeleiding gaat bij zenuwcellen die door myeline zijn omhuld sprongsgewijs. Hierbij gaat de impuls van de axon van een insnoering van Ranvier naar de volgende insnoering op dezelfde zenuwceluitloper. Dat maakt dat de geleiding sneller gaat. Omdat het cytoplasma van een axon elektrisch geleidend is en omdat myeline voorkomt dat er elektrische lading door het celmembraan weglekt, is de depolarisatie bij een knoop van Ranvier voldoende om de elektrische spanning in een naburige knoop tot boven de drempelwaarde te verhogen. Hierdoor ontstaat ook in deze knoop een actiepotentiaal. Dit proces zet zich over de gehele lengte van de gemyeliniseerde axon voort. De actiepotentialen verplaatsen zich in gemyeliniseerde axonen dus niet als golven, maar springen ze van knoop naar knoop. Andrew Huxley was een van de fysiologen die dit heeft ontdekt en in 1949 heeft beschreven.

Vorming

Myelinisatie is het proces waardoor de witte stof wordt gevormd. Het wordt vaak gebruikt als een index van de rijping van de hersenen. Myelinisatie begint na de geboorte en is pas in de late adolescentie rond de 18 jaar geheel voltooid. De ontwikkeling van myeline kan in vivo met MRI-hersenscans worden gemeten.

Paul Flechsig stelde al in 1920 vast dat myelinisatie in de primaire gebieden van de sensorische en motorische schors het eerst, omtrent 3-4 jaar, en in associatiegebieden van de achterste en voorste delen van de hersenschors het laatst is voltooid. Bij het ouder worden, grofweg tussen 20-70 jaar, is er sprake van een geleidelijke afname van de myeline.

Ziektes

Een demyeliniserende ziekte is een ziekte van het centrale zenuwstelsel waarbij de beschermlaag van myeline rondom de zenuwcellen wordt beschadigd. Demyelinisatie is er het gevolg van. multiple sclerose MS is er een voorbeeld van. De myeline in het centrale zenuwstelsel wordt bij MS aangetast, waardoor de overdracht van zenuwimpulsen moeilijker wordt totdat die helemaal stopt. Bij deze demyelinisatie vult het lichaam de gaten in het myeline-omhulsel met bindweefsel op. Daardoor ontstaat een litteken, een verharding of sclerose zonder isolerende eigenschap. Er is bij leukodystrofie, van het Griekse λευκός, leukos, wit, een erfelijke aandoening, ook sprake van afbraak, van dystrofie van myeline.

Zie de categorie Myelin sheath van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.