| Necrolemur Status: Uitgestorven, als fossiel bekend Fossiel voorkomen: Midden- tot Laat-Eoceen | ||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||||||||||
| Necrolemur Filhol, 1873 | ||||||||||||||||||||
| Typesoort | ||||||||||||||||||||
| Necrolemur antiquus | ||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||
Necrolemur is een monotypisch geslacht van uitgestorven primaten dat voorkwam van het Midden- tot Laat-Eoceen.
Henri Filhol benoemde in 1873 de typesoort Necrolemur antiquus gebaseerd op vondsten uit de fosfaatmijnen van Quercy. De geslachtsnaam betekent "dode lemuur" hoewel het dier geen lemuur is.
Andere soorten zijn Necrolemur zitteli benoemd door Max Schlosser in 1887/1888 en Necrolemur anadoni.
Dit vijfentwintig centimeter lange dier had gelijkende omvang en kenmerken als de huidige spookdieren waaraan het verwant was. Het had een lange staart, die zorgde dat het lichaam in evenwicht bleef. De lange vingers en tenen waren wellicht bezet met hechtschijfjes en de armen waren lang en beweeglijk.
Het hoofdvoedsel van dit dier bestond hoofdzakelijk uit insecten met harde dekschilden, die het met zijn kleine en scherpe tanden bewerkte. Dankzij zijn grote ogen en oren kon het dier deze ongewervelden 's nachts gemakkelijk lokaliseren.
Van dit dier werden zeer goed geconserveerde resten gevonden in West-Europa.
Literatuur
Noten