De muggen vormen een veelvormige groep met zeer kleine tot lange insecten. In Nederland gaat het om lichaamslengtes van 0,5 mm (sommige Galmuggen) tot 35 mm (een langpootmug). In vergelijking met vliegen zijn muggen gemiddeld slanker, met langere poten en een kleinere kop. De vleugels zijn meestal tamelijk langwerpig, het aantal aders of adersplitsingen dat de vleugelrand bereikt kan een dozijn zijn, maar ook kunnen vrijwel alle aders in de loop van de evolutie verdwenen zijn. De antennes zijn draad- of parelsnoervormig en kort (Kriebelmuggen) tot aanzienlijk langer dat het lijf (sommige Keroplatidae). Het aantal antennelidjes bedraagt 6 tot 40.
Levenswijze
De larvale levensfase van muggen kan zich in de grond afspelen, zoals bij Langpootmuggen, of in het water, zoals bij Dansmuggen en Steekmuggen, maar ook in planten (Galmuggen) of paddenstoelen (Paddenstoelmuggen). De volwassen muggen leven onder andere van nectar en kunnen een rol spelen bij de bestuiving van planten.
De meeste muggen steken niet. De muggen die wel kunnen steken behoren tot verschillende families, waarvan die der steekmuggen (Culicidae) ongetwijfeld de bekendste is. Soorten uit deze familie zijn onder andere de malariamuggen (geslacht Anopheles) die bij de mens indirect verantwoordelijk zijn voor meer dan een miljoen doden per jaar.
Taxonomie
De onderorde van muggen bestaat uit zeven infra-ordes:
Axymyiomorpha: een kleine groep van zes soorten die vroeger tot de Bibionomorpha werden gerekend.
Blephariceromorpha: een groep van drie families met vaak afwijkende vleugels.
Culicomorpha: alle stekende muggen behoren tot deze groep.
Psychodomorpha: met onder meer de motmuggen die op motjes lijken vanwege de behaarde, relatief brede getekende vleugels, een voorbeeld is de Wc-motmug.
Ptychopteromorpha: een kleine groep van twee families met niet algemeen voorkomende soorten. Ze doen denken aan langpootmuggen maar zijn niet verwant zoals lange tijd werd gedacht.
Tipulomorpha: langpootmuggen, de enige voor veel mensen vrij duidelijk herkenbare groep van muggen die onschuldig zijn en leven van nectar.
Er zijn verschillende muggenfamilies; in Nederland alleen al leven 25 verschillende families. De bekendste families zijn de langpootmuggen (Tipulidae) en de steekmuggen (Culicidae). Ook de kriebelmuggen (Simuliidae) en knutten (Ceratopogonidae) kunnen steken, deze soorten zijn klein (tot 5 mm) en wat minder langwerpig gebouwd dan steekmuggen. Soorten uit andere families, zoals de dansmuggen, lijken soms op stekende muggen maar steken niet. Veel muggen lijken echter totaal niet op de bekende steekmuggen, zoals de familie Bibionidae, waartoe de rouwvlieg (Bibio marci) behoort. Motmuggen (familie Psychodidae) lijken op kleine vlinders; relatief grote ronde vleugels met gekleurde haren. Andere groepen zijn minder bekend, zoals de galmuggen die de eitjes in planten afzetten waar de larven in gallen opgroeien.
Families
De volgende families maken deel uit van de muggen. Het aantal soorten in Nederland komt uit het soortenregister (bijgewerkt op 9 april 2023). Het aantal Belgische soorten is van gelijke orde.
In het noorden van Nederland worden muggen neefjes genoemd, waarschijnlijk omdat neef van oorsprong bloedverwant betekent.[bron?] Overigens noemt men (huis)vliegen daar juist weer muggen.
In Rotterdam en ten zuidoosten daarvan worden steekvliegen meziken genoemd.
↑Pape, T., Blagoderov, V. & Mostovski, M.B. (2011) Order Diptera Linnaeus, 1758; In: Zhang, Z.-Q. (Ed.) Animal biodiversity: An outline of higher-level classification and survey of taxonomic richness. Zootaxa, 3148: 222-229, eventueel aangepast op basis van recentere bronnen. Per familie staat tussen haakjes aangegeven het aantal geslachten, aantal soorten, aantal fossiele geslachten / aantal fossiele soorten / aantal soorten waarover nog onduidelijkhed bestaat
↑inclusief Rhaetaniidae Krzemiñski en Krzemiñska, 2002
↑Architendipedidae Rohdendorf, 1962 en Eoptychopteridae Handlirsch, 1906 zijn opgenomen in Ptychopteridae conform Lukashevich (2008).
↑Inclusief Dixamimidae Rohdendorf, 1959 en Rhaetomyiidae Rohdendorf, 1962 (Lukashevich, 1996).