| Neptunusmos | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Lepidozia reptans (L.) Dumort. | ||||||||||||
| ||||||||||||
Neptunusmos (Lepidozia reptans) is een plantensoort uit de neptunusmosfamilie (Lepidoziaceae).
Neptunusmos is een levermos dat platte, dicht tegen het substraat groeiende matten vormt met een lichtgroene tot vuilgeelgroene aanblik. De kruipende takken zijn eenvoudig geveerd en slechts 1–2 cm lang en ongeveer 1 mm breed. De dicht op elkaar staande flankbladeren zijn ongeveer 1,5–2 keer zo lang als de stengel en zijn uitgespreid halfvierkant van vorm. Ze zijn op een derde of de helft verdeeld in 3–4 lancetvormige lobben. De cellen in het bladcentrum van de flankbladeren hebben een diameter van ongeveer 27 µm. In de lobben bereiken ze slechts een diameter van ongeveer 24 µm. De cellen zijn meestal dun tot taaiwandig. Ze zijn zwak verdikt op de hoeken. De buitenste cellen hebben een gladde cuticula. De onderste bladeren hebben 4 lancetvormige lobben. Hun cellen kunnen 10–15 olielichamen hebben. De vrouwelijke schutbladen zijn veel groter dan de flankbladeren en hebben bovenaan 2–5 korte tanden.
Neptunusmos groeit vooral als lignicool op vochtig, rottend dood hout in oudere, luchtvochtige naald- als loofbossen. Verder wordt de soort ook als terricool aangetroffen op steilkanten en soms ook als corticool op stamvoeten, zowel in bossen als in oude lanen.
In de syntaxonomie staat neptunusmos te boek als kensoort voor de viertandmos-associatie.
Neptunusmos heeft een kosmopolitische verspreiding. In Nederland is de soort vrij algemeen op de hogere zandgronden. Vooral in het oosten van het land komt het vaker voor dan in het westen van het land. Het is niet bedreigd en staat niet op de rode lijst.