
Nikkelijzer is een natuurlijke legering die in het zonnestelsel veel voorkomt, bijvoorbeeld in planetoïden en meteorieten, maar ook in de kern van Aardse planeten. Nikkelijzer bestaat hoofdzakelijk uit ijzer met een bijmenging van andere metalen, waarbij nikkel het meest voorkomt. Het percentage nikkel varieert tussen 8 en 13%.
De aardkern bestaat uit nikkelijzer. Nikkelijzer was de eerste substantie die uitkristalliseerde tot vaste stof toen, bij de vorming van het zonnestelsel, de accretieschijf rondom de Zon begon af te koelen. Bij ongeveer 1800 kelvin begonnen zich korrels nikkelijzer te vormen. Pas toen het materiaal van de schijf tot vlak boven 1300 K was afgekoeld, begonnen zich ook vaste deeltjes van silicaten te vormen, en pas onder 273 K konden zich ijskristallen vormen. Dit verklaart de uiteenlopende samenstelling van de verschillende planeten, waarbij bijvoorbeeld Mercurius een buitenproportioneel hoog aandeel aan (nikkel)ijzer heeft.
Het nikkelijzer in meteorieten die aan het aardoppervlak zijn gevonden wordt als mineraal ook wel aangeduid met de naam kamaciet. Dit mineraal heeft een metaalachtige glans, is grijs van kleur, heeft een massadichtheid van ongeveer 8 gram per cm³ en een hardheid van 4 op de hardheidsschaal van Mohs. Een ander nikkelijzer-mineraal dat in meteorieten voorkomt is taeniet.