Nomen sacrum

Nomen sacrum (meervoud nomina sacra) is Latijn voor heilige naam.

Naam van God

Sinds 300 v.Chr. werd in het Jodendom het noemen en schrijven van de naam van God vermeden. In Exodus 3:13-14 stelt God zichzelf voor met de naam JHWH en vraagt hij aan Mozes Hem als "Ik ben" voor te stellen aan het volk Israël. JHWH is waarschijnlijk een oude vorm van het werkwoord haia, zijn.

Onder meer om deze reden, maar vooral vanwege een van de Tien geboden (‘Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet’), zijn er verschillende 'namen' voor God bedacht zoals Adonai (de Heer) in het Hebreeuws. Daarnaast wordt de naam JHWH ook wel ongevocaliseerd gebruikt.

In de Masoretische tekst wordt een ketoev/qere constructie gebruikt om te voorkomen dat de heilige Naam JHWH per ongeluk werd uitgesproken. Die constructie werkt als volgt: in de tekst zet men (ketoev, schrijf) de klinkertekens van het woord Adonai (= heer) bij de lettertekens van de Naam. In de kantlijn staat dan de q van qere, lees, met het woord dat men dient uit te spreken. Het woord Jehova berust dus eigenlijk op een (zij het oud) misverstand. Andere Masoretische handschriften zetten de klinkers van Sjema, hoor, het belangrijkste Joodse gebed (Hoor Israel, de Heer is onze God, de Heer is Eén). In de Septuagint wordt JHWH vertaald met kurios, Heer. In het Joodse spraakgebruik wordt God ook wel aangeduid met HaShem, de Naam.[bron?]

Bijbelse namen die in het Nederlands eindigen op -ia of -ias, eindigen in het oorspronkelijke Hebreeuws vaak op iahu, = JHWH; zo is Elia(s) een vergrieksing van Eliahu = Eli JHWH = mijn God is JHWH.

Chi-Rho-monogram
IHS-monogram

Monogrammen voor Jezus Christus

Voor de naam Jezus Christus zijn in de loop der eeuwen diverse monogrammen bedacht, waaraan een meer of mindere mate van heiligheid wordt toegekend:

Daarentegen:

Zie ook