Non-actiefstelling

Non-actiefstelling of schorsing is een maatregel waarbij de werkgever een werknemer (tijdelijk) verbiedt om te werken. Dit middel kan worden ingezet bij een vermoeden van ernstige misdragingen of vanwege veranderingen in de organisatie. Een op non-actiefstelling leidt vaak tot ontslag.

In de arbeidswereld wordt deze term vaak gebruikt bij een persoon die op papier nog wel in dienst is bij een bedrijf, maar feitelijk de werkzaamheden voor onbepaalde tijd niet verricht. Dit in tegenstelling tot ontslag, waarin het contract wordt ontbonden en men geen deel meer uitmaakt van het werkende personeel.

Redenen voor schorsing

De werkgever moet gegronde redenen hebben om een werknemer te schorsen of op non-actief te stellen. Er moet sprake zijn van ‘goed werkgeverschap’: de werkgever moet zich gedragen zoals een goed werkgever dat hoort te doen. Alle relevante omstandigheden van het geval wegen mee in de beoordeling of een op non-actiefstelling of schorsing is toegestaan.

Redenen voor schorsing kunnen bijvoorbeeld zijn:

De werkgever moet volgens de Nederlandse jurisprudentie de reden van de schorsing schriftelijk aan de werknemer laten weten.

Loonbetaling

Bij een op non-actiefstelling of schorsing is de werknemer (nog) niet ontslagen, dus de arbeidsovereenkomst blijft van kracht.

De werknemer houdt dan ook recht op loon, ook al werkt hij niet. Non-actiefstelling of schorsing ligt in de risicosfeer van de werkgever, ook als de werkgever gegronde redenen had om de werknemer te schorsen of op non-actief te stellen en als de schorsing of op non-actiefstelling aan de werknemer zelf is te wijten.

Duur van de schorsing en vervolg

Er is juridisch geen termijn bepaald hoe lang een op non-actiefstelling of schorsing mag duren. Soms staat in de van toepassing zijnde cao hoe lang een non-actiefstelling of schorsing maximaal mag duren.

Meestal duurt de schorsing niet langer dan 2 of 3 weken voordat een van de partijen, de werkgever of de werknemer, verdere actie onderneemt. Dat kan bijvoorbeeld ontslag zijn door de werkgever. Of de werknemer start een kort geding om de op non-actiefstelling of schorsing op te heffen en weer aan het werk te gaan.

In sommige gevallen zal op de non-actiefstelling een strafrechtelijk onderzoek volgen, of zullen andere disciplinaire maatregelen worden getroffen.