OGÉR

OGÉR
Logo
OGÉR
Locatie
Hoofdkantoor Purmerend, Vlag van Nederland Nederland
Industrie en producten
Industrie(ën) kledingindustrieBewerken op Wikidata
Producten/diensten Kleding, Accessoires, Parfum
Status en tijdlijn
Oprichting 1989
Bedrijfsstructuur
Oprichter(s) Martin, Rob en Oger Lusink
Sleutelfiguren Oger Lusink (oprichter)
Martijn Lusink (CEO)
Sander Lusink (brand director)
Aantal werknemers 150
Financiën
Sector(en) Kleding
Links
Website oger.nl
Portaal  Portaalicoon   Economie

OGÉR is een herenmodezaak. Het hoofdkantoor staat in Purmerend en er zijn filialen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Antwerpen. Het bedrijf is opgericht in 1989 door de broers Martin, Rob en Oger Lusink. Er werken ongeveer 150 mensen bij de onderneming.

OGÉR verkoopt vooral formele kleding zoals chique pakken, overhemden, dassen en handgemaakte schoenen. Ook heeft elk filiaal een maatwerkafdeling voor op maat gemaakte kleding. De aangeboden kledingmerken zijn vooral Italiaans, zoals Brioni, Caruso, Cesare Attolini en Santoni. Daarnaast ontwerpt en produceert men herenmode onder eigen labels. Het bedrijf neemt deel aan het 'Fondazione Altagamma', een organisatie van bedrijven met merken op het gebied van traditioneel Italiaans design, mode, eten, sieraden, auto's en gastvrijheid.

Naast de fysieke winkels richt OGÉR zich met een aparte afdeling ook op de b2b-markt. Bedrijven worden van bedrijfskleding op maat voorzien.

Omzet en winst

In 2024 zette Ogér bijna 17 miljoen euro om en maakte het bedrijf netto bijna 860.000 euro winst.

Ogér Businness Club

In 2018 richtte Ogér zijn Business Club op. Leden kregen daarvoor diners, tripjes naar het buitenland, gastsprekersavonden, informeel netwerken en (toegang tot) exclusieve sportevenementen, maar ook shoptegoed. Wie bijvoorbeeld ‘Diamond Ambassador’ bij Ogér werd à 24.200 Euro per jaar, mocht voor 28.000 euro kleding aanschaffen. De belastingdienst vermoedde dat deze lidmaatschappen werden "ingezet om persoonlijke uitgaven, zoals de aanschaf van kleding of deelname aan evenementen ‘om te katten’ naar een zakelijke kostenpost in de vorm van het lidmaatschapsgeld". In diverse gevallen bleken ondernemers dat inderdaad te hebben gedaan, waardoor zij tienduizenden euro’s of meer onterecht fiscaal voordeel genoten. Ogér weigerde aanvankelijk informatie te verstrekken over het aantal leden van de Business Club en voor welke bedragen zij kleding kochten via de gewraakte route. Maar de rechtbank in Haarlem oordeelde in een vonnis op 2 september 2026 dat Ogér de administratie van de Business Club over de jaren 2019 t/m 2025 aan de belastingdienst moest overleggen, incl. namen en adressen van de leden, het soort lidmaatschap met bijbehorend shoptegoed, het betaalde bedrag per lidmaatschap, de ingangsdatum, het ongebruikte bestedingsbedrag van de leden en alle betreffende betaalbewijzen en facturen.
Ogér rekent een groot deel van de top van Nederland tot zijn klanten, van leden van het Koninklijk Huis tot Mark Rutte, van ondernemers uit de Quote 500 tot televisiepersoonlijkheden en topvoetballers. Naheffingen en boetes dreigen nu bij honderden van hen.