| Reichsgau Oberdonau | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Rijksgouw van het Groot-Duitse Rijk | |||||
| |||||
| |||||
| Kaart | |||||
| Ostmark 1941: Reichsgaue, Land- en Stadtkreise | |||||
| Algemene gegevens | |||||
| Hoofdstad | Linz a.d.D. | ||||
| Oppervlakte | 12.463 km² 14.216 km² (1941) | ||||
| Bevolking | 912.452 (1939) 1.034.871 (1941) | ||||
| Talen | Duits (ambtelijk) | ||||
| Religie(s) | Geen officiële staatsreligie | ||||
| Nat. feestdag | Feestdagen van nazi-Duitsland 1933-1945 | ||||
| Volkslied | Das Lied der Deutschen Horst Wessellied (de facto) | ||||
| Munteenheid | Reichsmark | ||||
| Regering | |||||
| Regeringsvorm | Rijksgouw | ||||
| Regeringsleider | Zie ambtsbekleders | ||||
De Reichsgau Oberdonau (Nederlands: Rijksgouw Opper-Donau) was een rijksgouw van het Groot-Duitse Rijk vanaf 22 mei 1938 tot 1945. De rijksgouw bestond uit delen van Opper-Oostenrijk, Salzkammergut en het Ausseerland met de zuidwestelijke delen van de Bohemen, die na het Verdrag van München in 1938 door de Eerste Tsjecho-Slowaakse Republiek werden afgestaan.
De rijksgouw had de eretitel van Heimatgau des Führers, zins Adolf Hitler in Braunau am Inn geboren was, en een groots gedeelte van het begin van zijn leven doorbracht in Linz.
Het huis van Hitler de Berghof, bevond zich in de naburige gouw München-Opper-Beieren.
In augustus 1926 ontstond door Alfred Proksch een Gau Oberösterreich van de NSDAP in Oostenrijk. Vanaf juni 1927 werd de gouw geleid door Andreas Bolek. In 1933 na het partijverbod, werd de gouw tijdens de illegale fase door August Eigruber (vanaf maart 1936) geleid.
In de rijksgouw Oberdonau functioneerde Eigruber voor een geruime tijd als gouwleider, en in de combinatie van ambten aanvankelijk ook als Landshoofdman en vanaf 1940 als Rijksstadhouder. Vanaf 24 mei 1938 was Hans Eisenkolb de plaatsvervangend gouwleider, hij werd op 1 mei 1940 opgevolgd door Christian Opdenhoff. De gouwhoofdstad was Linz, die als Führerstadt opgebouwd zou worden.
In het gouwgebied bevonden zich het concentratiekamp Mauthausen met verschillende satellietkampen, het Euthanasiecentrum Hartheim bij Linz en de zoutmijn Altaussee voor door de nazi's geplunderde kunst. Van de 199.404 gevangenen die naar het Mauthausen werden gestuurd, stierven er 119.000 in de barre omstandigheden van het kamp door overwerk, ondervoeding en uitputting.
De volgende personen behoorden tot de gouwleiding:
Dit waren de bestuurlijke indelingen van de gouw: