
One Day International (ODI) is een type eendagswedstrijd in het cricket waarbij 50 overs worden gespeeld tussen twee nationale cricketteams. Onder andere het wereldkampioenschap cricket wordt gespeeld met deze vorm van cricket.
De ODI is een vrij nieuwe ontwikkeling in het cricket: de eerste ODI werd namelijk gespeeld op 5 januari 1971, tussen het Australisch elftal en het Engels elftal. Die wedstrijd kwam voort uit het verregenen van drie dagen van een test-wedstrijd. De umpires besloten vervolgens een verkorte wedstrijd te spelen, één inning per partij met 40 overs van 8 ballen per inning.
ODI's mogen alleen worden gespeeld door landen met een ODI-status. De ICC kent deze status toe en heeft bepaald dat er twintig landen een ODI-status mogen hebben. De twaalf belangrijkste cricketlanden (de testcricketlanden) hebben een permanente ODI-status. Acht landen hebben een tijdelijke status. Landen kunnen een tijdelijke ODI-status verdienen op basis van de prestaties op internationale toernooien voor de duur van vier jaar. De oorspronkelijke gedachte aan deze tijdelijke status is dat deze landen ervaring op het hoogste niveau kunnen opdoen voordat ze worden benoemd tot test-cricketlanden.

De twaalf landen met een permanente ODI-status zijn:
De acht landen met een tijdelijke ODI-status tot en met de kwalificatie voor het WK van 2027 zijn:
Landen die eerder wel een ODI-status voor ten minste vier jaar hadden zijn:
Landen die deelnemen aan een ODI-toernooi zonder zelf de ODI-status te hebben, krijgen deze status kortstondig tijdens het toernooi. Dat waren: