
Oost-Azië is het oostelijke deel van het Aziatische continent, bestaande uit China, Japan, Mongolië, Noord-Korea, Zuid-Korea en Taiwan. Bovendien zijn Hongkong en Macau twee speciale bestuurlijke regio's van China. De landen van Oost-Azië waren samen met Zuidoost-Azië in Europa bekend als het "Verre Oosten". De naam "Oost-Azië" heeft zowel een aardrijkskundige als een culturele connotatie. Geografisch gezien beslaat deze regio 6.640.000 km², oftewel 15% van het Aziatische continent. Cultureel gezien omvat het de maatschappijen die zich in de Chinese culturele invloedssfeer bevinden, in de zin dat zij beïnvloed zijn door de klassieke Chinese taal (met het traditionele karakterschrift hanzi), het confucianisme en het neoconfucianisme, het mahayana-boeddhisme en het daoïsme.
De volgende staten bevinden zich in het geografische Oost-Azië:
De volgende samenlevingen bevinden zich in het culturele Oost-Azië:
De volgende landen of regio's worden soms ook beschouwd als deel van Oost-Azië
Een van de eerste Europeanen die het gebied beschreef, was Marco Polo, die China via de Zijderoute bereikte in de 13e eeuw. Zijn oom en vader waren er al eerder geweest. Mongolië was zelfs nog eerder bezocht door mensen als Giovanni de Plano Carpini en Willem van Ruysbroeck.
Na hem 'ontdekten' de Portugezen dit gebied en dreven handel met onder andere China. Later, vanaf 1600, deden ook de Nederlanders dit gebied aan vanaf Nederlands-Indië.
Begin 2026 telde Oost-Azië ongeveer 1,65 miljard inwoners, waarvan het overgrote deel in China (circa 1,4 miljard). In de andere landen van Oost-Azië wonen aanzienlijk minder mensen, namelijk ongeveer 123 miljoen in Japan, 52 miljoen in Zuid-Korea, 26 miljoen in Noord-Korea, 23 miljoen in Taiwan en 3,5 miljoen in Mongolië. De bevolkingsdichtheid is extreem hoog in stedelijke gebieden zoals in de Yangtze-delta, de Japanse metropoolregio Groot-Tokio en de Seoel-metropool, terwijl grote delen van Mongolië en China dunbevolkt zijn.
De mediane leeftijd ligt in Oost-Azië ver boven het wereldgemiddelde. Japan en Zuid-Korea behoren tot de oudste samenlevingen ter wereld, met een mediane leeftijd van rond de 48-50 jaar. Het aandeel 65-plussers bedraagt in Japan ongeveer 30 % en stijgt snel in China en Zuid-Korea. De regio kent een van de hoogste levensverwachtingen: Japan en Zuid-Korea liggen boven de 83-84 jaar. Tegelijkertijd daalt het aantal mensen in de werkzame leeftijd (15-64 jaar) al sinds 2010 in de meeste landen.
Oost-Azië vertoont een sterke urbanisatie: meer dan 60 % van de bevolking woont in steden, met pieken in Zuid-Korea (ruim 80 %) en Japan. Plattelandskrimp en leegloop van dorpen zijn een direct gevolg van de demografische transitie.
Het totale vruchtbaarheidscijfer (TFR, gemiddeld aantal kinderen per vrouw) ligt in Oost-Azië structureel ver onder het vervangingsniveau van 2,1. Volgens recente schattingen (2025) bedraagt het regionaal gemiddelde circa 1,0-1,1.
In 2025 overschrijden sterfgevallen de geboorten in Japan, Zuid-Korea, China en Taiwan, wat leidt tot natuurlijke krimp. VN-prognoses voorspellen dat de Oost-Aziatische bevolking met circa 11 % zal dalen tegen 2050, terwijl de wereldbevolking nog groeit.