De Opera of the Nobility (of Nobility Opera) was een Londens operagezelschap dat in 1733 werd opgericht. Dit nieuwe operagezelschap moest de concurrentie aangaan met de Royal Academy of Music van Georg Friedrich Händel.
De financiering van de Opera of the Nobility werd geregeld door een groep edelen onder leiding van Frederik, Prins van Wales. Deze groep was tegenstander van koning George II van Groot-Brittannië, die Händels Royal Academy ondersteunde.
De componist Nicola Porpora werd uitgenodigd als muzikaal leider en Owen Swiny als talentenscout. Inmiddels had men ook de castraatzanger Senesino (die ruzie had met Händel) als hoofdzanger binnengehaald. Het gezelschap vond een onderkomen in het theater in Lincoln's Inn Fields. Dit theater was beschikbaar gekomen nadat John Rich het nieuwe Theatre Royal in Covent Garden had geopend. De eerste opera van het gezelschap was Arianna in Nasso van Porpora, een directe concurrent voor Händels opera Arianna in Creta .
Het gezelschap kende echter weinig succes tijdens het eerste seizoen van 1733-1734. De zanger Farinelli voegde zich later in het seizoen nog bij het gezelschap, wat goed bleek voor de financiën. Ook de sopraan Francesca Cuzzoni werd in 1734 aangenomen. Aan het einde van het eerste seizoen nam het gezelschap tevens het King's Theatre over van Händel.
Het gezelschap ging uiteindelijk failliet en werd in 1737 ontbonden, kort nadat Giovanni Battista Pescetti tot muzikaal leider was benoemd. Inmiddels was ook Händels Royal Academy failliet. De restanten van de twee gezelschappen gingen nu samenwerken in het King's Theatre gedurende het seizoen 1737-1738.
Een tweede Opera of the Nobility werd in 1741 opgericht door de graaf van Middlesex, maar dit gezelschap bestond niet lang.