Het os dentale of dentarium is een bot in de onderkaak van de gewervelden.
De eerste gewervelden waren kaakloos maar zo'n 425 miljoen jaar geleden ontwikkelden zich kaken uit de voorste kieuwbogen. De gepaarde onderkaken, links en rechts, werden ieder ondersteund door een kraakbeen van Meckel. Die toch wat zwakke structuur werd daarna versterkt door een buitenste dermaal skelet van beenplaten in de huid. Kleine beenschubben verbeterden de bijtfunctie. Uiteindelijk evolueerde dit in een voorste beenstaaf die tanden droeg. Dit was het os dentale, het "tandbot". De achterkant van de kaak werd ondersteund door een half dozijn kleinere beenderen.
Dit bleef de gebruikelijke indeling bij latere vissen, amfibische Tetrapoda en reptielen. Sommige van die vormen, zoals de Ichthyosauria en Pliosauridae, hadden enorme dentaria van meters lengte. Bij de vroege zoogdieren verdwenen de achterste kaakbotten of veranderden in kleine gehoorbeentjes. De onderkaak bestond dan alleen maar uit een dentarium. Die dentaria groeiden vooraan vaak samen zodat een enkelvoudige "onderkaak" onstond, de mandibula. Dat is ook de situatie bij de moderne mens.