
Overstad is een gebied in Alkmaar, direct ten noorden van de binnenstad, aan de overkant van het Noordhollandsch Kanaal. Het is vooral bekend als een winkel- en uitgaansgebied, met onder andere winkels, horeca, bioscoop en andere voorzieningen.
Overstad was voorheen een bedrijventerrein (destijds ook wel Industrieterrein Noord of Huiswaard/Oosterweezen genoemd), het driehoekige gebied tussen het Noordhollands Kanaal, de spoorlijn Alkmaar–Den Helder en de Hoornse Vaart. De combinatie kanaal + spoor + opslagloodsen maakte Overstad bij uitstek geschikt voor kolen, zaden, kaas, cacao en andere massagoederen.
Het was oorspronkelijk een polder met weilanden en sloten. Vooral na de aanleg van het Noordhollandsch Kanaal in 1825 werd de plek aantrekkelijk voor bedrijven: schepen konden er gemakkelijk grondstoffen aan- en afvoeren. Langs de kades ontstond daardoor een opvallende strook van fabrieken, pakhuizen en handelsbedrijven.

Een van de vroegste grote ondernemingen was de Alkmaarsche Stoommeelfabriek van C.J. en A.H.C. Canters. Deze meelfabriek stond aan het kanaal en was een imposant industrieel complex. In 1898 brandde de fabriek volledig af. Op ongeveer dezelfde plek kwam vervolgens de huidenzouterij met wolpakhuis van J.J. Bak & Co., gebouwd in 1901. Dit bedrijf hield zich bezig met het verwerken van huiden en het opslaan van wol en bleef hier tot 1952. Het gebouw werd uiteindelijk afgebroken.
Hendrik Ringers begon in 1905 met een chocolade- en bonbonfabriek aan het Varnebroek. Toen die te klein werd, verhuisde de onderneming naar de Noorderkade, waar vanaf 1920 een nieuwe chocoladefabriek verrees. Ringers groeide uit tot een internationaal bekend chocoladebedrijf met luxe chocoladeproducten waaronder kersenbonbons, en was in de jaren dertig zelfs een van de grootste werkgevers van Alkmaar.
Aan de kades en in de straten verschenen na de Tweede Wereldoorlog steeds meer werkplaatsen, loodsen en handelsbedrijven. Rond 1950 werd Overstad officieel verder ontwikkeld als bedrijventerrein. Tussen de Kwakelkade, Koedijkerstraat en Noorderstraat ontstond een rechtlijnig stratenplan met langgerekte bedrijfskavels. Vanaf ongeveer 1970 werd ook het noordelijkere deel bebouwd.

Het historische Eyssen-complex lag aan de Kanaalkade 65-66, aan de noordwestelijke rand van de binnenstad. Het monumentale pakhuis uit 1919 is nog behouden gebleven. Eyssen zat hier vanaf 1928. Het bedrijf bleef er vervolgens ongeveer zestig jaar actief. In de jaren daarna werd het complex flink uitgebreid, onder meer met een grote expeditiehal en nieuwe productieruimten. In 1988 sloot de kaasfabriek in Alkmaar uiteindelijk haar deuren. Het grote kaaspakhuis stond prominent aan het water en was een karakteristiek onderdeel van het industriële Overstad. Het laatste restant van de gebouwen van de zaadhandel en het Eyssen-complex is pas eind 2022 verdwenen.
Ook de N.V. Zaadteelt en Zaadhandel L.T.B. had een omvangrijk complex aan de Oosterweezenstraat. Daar stonden een hoofdgebouw, garage en verschillende hallen.

In 1970 werd Ringers overgenomen door Droste; enkele jaren later gingen de deuren definitief dicht. Toen Klercq Woonwereld de voormalige Ringersfabriek betrok, werd de oude chocoladefabriek een grote meubelzaak. Andere grote winkels en showrooms volgden. Zo veranderde Overstad langzaam van een gebied van fabrieken, pakhuizen en ambachtelijke bedrijven in het commerciële winkelgebied dat we nu kennen.
Op het terrein van kolenhandel Schot staat nu Il Palazzo: een modern appartementen- en winkelcomplex dat een groot contrast vormt met het industriële karakter van het vroegere Overstad. Waar vroeger de kolenhandel van B. Schot & Zn. gevestigd was, met opslagplaatsen en aanvoer van kolen via het water en later ook het spoor, staan nu winkels, woningen en parkeervoorzieningen. De plek aan de Kwakelkade herinnert daarmee nauwelijks meer aan de tijd waarin kolen, pakhuizen en goederentreinen het straatbeeld bepaalden.
Dit terrein had een eigen spooraansluiting, het zogenoemde "Raccordement Noord", met aftakkingen naar de Noorderstraat, Pettemerstraat en Kwakelkade, aansluitend op een hoofdlijn die via de Koedijkerstraat liep.
De lijn ging in april 1953 open, waarna er twee keer per dag een locomotief van en naar het industrieterrein reed om wagons op te halen.
Het idee ontstond al in de jaren veertig, omdat het oudere goederenspoor langs de Handelskade (nu Kanaalkade) door toenemend wegverkeer steeds lastiger te gebruiken werd, en de gemeente het laden/lossen wilde verplaatsen naar het nieuwe industrieterrein.
Het gebruik piekte in de jaren vijftig met zelfs 1404 wagons in 1957, maar liep daarna snel terug door de opkomst van het vrachtwagenvervoer. In 1974 werden nog maar 33 wagons opgehaald, en voor 1975 werd zelfs helemaal geen vervoer meer verwacht. Eind 1977 beëindigde Alkmaar het contract met de NS; de rails bleven hier en daar nog enkele jaren liggen voordat ze werden opgebroken.
Het spoor is uiteindelijk verdwenen, al is het tracé nog steeds terug te zien in het stratenpatroon van Overstad (met name langs Noorderstraat en Koedijkerstraat).