
Een PS/2-interface (PS/2-aansluiting, PS/2-poort, oorspronkelijk Auxiliary Port) was tussen de late jaren 80 en 2001 de meest gebruikte seriële interface voor invoerapparaten als muis en toetsenbord en soms voor andere aanwijsapparaten als trackball en grafisch tableau. De interface is genoemd naar het gelijknamige computersysteem van IBM. De PS/2-aansluiting werd in de late jaren 90 meer en meer door USB vervangen en is in de PC 2001 System Design Guide van Intel and Microsoft tot legacy-aansluiting verklaard.
Een desktop-pc beschikte over ofwel twee PS/2-aansluitingen (één voor een muis of ander aanwijsapparaat en één voor een toetsenbord), ofwel over één gecombineerde. In het geval van twee aansluitingen hadden deze in de regel een eigen kleurcodering: paars voor het toetsenbord, groen voor de muis. Deze kleurcodering is in de PC 99 Design Guide door Intel en Microsoft voorgeschreven. Hoewel zij dezelfde stekkerverbinding en pintoewijzing hadden, werden voor muis en toetsenbord afwijkende protocollen ingezet waardoor de stekkers niet verwisseld konden worden.
Een laptop beschikte, vanwege een compacter moederbord, over slechts één PS/2-aansluiting die voor zowel muis als toetsenbord was toegericht.
Nummering van contactpunten (kijkend naar het schoentje):
| Contact | Naam | Functie | t.o.v. Serieel |
|---|---|---|---|
| 1 | +DATA | Gegevens | |
| 2 | Gereserveerd | Gereserveerd* | RxD |
| 3 | Massa | Massa | GND |
| 4 | Voeding | +5 V DC (100 mA) | +5V |
| 5 | +CLK | Klok | |
| 6 | Gereserveerd | Gereserveerd* | TxD |
*Extra split-functies voor laptop (scheiding van de ingebouwde muis)