


Paragone (Italiaans voor vergelijking, competitie) is het debat en de wedijver tussen verschillende kunstvormen over de onderlinge verdiensten en superioriteit. De historische rivaliteit tussen verschillende kunstvormen leverde vaak ook een uitermate boeiend en veelzijdig repertoire op.
Het woord Paragone verwijst naar een model van uitmuntendheid of perfectie. Het kan ook gebruikt worden om een persoon of ding te beschrijven dat gezien wordt als een model van uitmuntendheid of perfectie. Het woord komt van het Oud-Italiaanse woord "paragone", wat "toetssteen" betekent.
De rivaliteit woedde al in de Oudheid en komt aan bod in Naturalis historia van Plinius de Oudere. Het debat ging speciaal over de verhoudingen tussen enerzijds schilder- en beeldhouwkunst en anderzijds poëzie en muziek. Middeleeuwse literatuur hernam dit thema. Met name de humanist Petrarca liet de kwestie herleven door de schilder Apelles te confronteren met de beeldhouwer Phidias. In de na-ijverige renaissance laaide het debat in alle hevigheid op. Dan ging men ook de benaming "paragone" gebruiken, zoals in het eerste deel van Leonardo da Vinci's Verhandeling over de schilderkunst. Daarin houdt hij een betoog voor het primaat van de schilderkunst boven beeldhouwkunst, muziek en poëzie, omdat het de moeilijkste wetenschap is en ook degene die met de meeste waarachtigheid de werken der natuur weergeeft. Voor zijn rivaal Michelangelo ging niets boven sculptuur, die als enige toelaat een onderwerp vanuit verschillende gezichtspunten te beschouwen. Na Michelangelo's dood wilden collega's als Cellini de voorrang van de beeldhouwkunst weerspiegeld zien in zijn grafmonument, maar dit botste op verzet van de Academie. Uiteindelijk plaatste men de personificatie van de Beeldhouwkunst centraal, geflankeerd door Architectuur en Schilderkunst.
Ook binnen eenzelfde kunstvorm kon er sprake zijn van paragone. In Italië vormden zich regionale scholen met een eigen benadering: de disegno, met Florence als centrum, hechtte groot belang aan het vormgeven van ideeën in tekeningen en schetsen, terwijl de colore van Venetië en omstreken werkte met spontane, sensuele borstelstreken.
De broederstrijd tussen schilders en beeldhouwers moet niet doen vergeten dat ook de poëzie een volwaardige deelnemer was. Het woord van Horatius, Ut pictura poesis, was een vaak getrokken parallel. Ook naar Simonides verwees men graag, die het schilderij een stom gedicht had genoemd, en het gedicht een sprekend schilderij.
In de negentiende eeuw ontstond er een paragone tussen fotografie en schilderkunst, althans in kringen waar fotografie als kunstvorm aanvaard werd.
Sommige kunstvormen wedijveren niet met elkaar, maar zoeken mekaar net op, koesteren elkaar. Vooral muziek is daarin een verbindend element.
De literatuur is al zeer lang een trouwe partner van de muziek:
De link tussen muziek en dans is een constant samengaan van deze kunstvormen:
Ook de schilderkunst is een onuitputtelijke bron van inspiratie geweest voor componisten uit verschillende tijdvakken:
Talloze kunsttheoretici en kunstenaars hebben zich met geschriften en kunstwerken in de strijd gemengd. Enkele markante tussenkomsten: