Paulowniahout (vaak kortweg Paulownia genoemd) is een zeer lichte en snelgroeiende houtsoort, afkomstig van bomen uit het geslacht Paulownia, specifiek de Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa) en Paulownia fortunei.
Het hout staat bekend om zijn lage gewicht en relatief hoge sterkte. Het hout wordt daarom vaak vergeleken met balsahout. Vanwege de zeer snelle groei van de boom wordt het hout vaak gezien als een duurzaam alternatief voor andere houtsoorten.
Paulowniahout behoort tot de lichtste commercieel toegepaste houtsoorten. Het heeft een massadichtheid van circa 260 tot 300 kg/m³ bij een vochtgehalte van 12%. Ter vergelijking: het is zwaarder dan balsahout (ca. 150 kg/m³), maar aanzienlijk lichter dan vuren (ca. 460 kg/m³), wilg en populier (ca. 350–450 kg/m³).
Belangrijke fysieke en mechanische eigenschappen van het hout zijn:
Historisch gezien werd Paulowniahout (in Japan bekend als Kiri) traditioneel gebruikt voor de bouw van muziekinstrumenten (zoals de koto), ceremoniële meubels, bruidskisten en geta (houten sandalen). Omdat het hout slecht warmte geleidt en vochtregulerend werkt, was het ideaal om kostbare kleding en documenten te beschermen tegen brand en een hoge luchtvochtigheid.
Moderne toepassingen van Paulowniahout zijn onder andere:
De Paulowniaboom behoort tot de snelst groeiende hardhoutbomen ter wereld; onder optimale omstandigheden kan de boom binnen tien tot vijftien jaar worden geoogst voor houtproductie. Omdat de boom na de kap opnieuw uitschiet uit de bestaande wortels, hoeft er na de oogst niet opnieuw geplant te worden. De boom absorbeert daarnaast een relatief grote hoeveelheid koolstofdioxide per jaar in vergelijking met inheemse Europese boomsoorten. Grote plantages bevinden zich van oudsher in China, maar inmiddels ook in Europa, onder andere in Spanje, Duitsland en Bulgarije, om aan de Europese vraag te voldoen.