Paulus van Overtvelt

Paulus van Overtvelt (Brugge ca. 1410 - Brussel 19 november 1483 ) ook vaak met de voornaam Pauwels en met de familienamen Deschamps of De Campis, was burgemeester van Brugge en raadsheer van de hertog van Bourgondië.

Familie

Van Overtvelt behoorde tot een Brugse familie die betrokken was bij handel en geldverkeer, waarschijnlijk een hosteliersfamilie. Wie allemaal tot die familie behoorde is niet altijd duidelijk. Naamdragers en dus wellicht familie waren:

Opleiding, huwelijk en kinderen

Van Overtvelt genoot ongetwijfeld een degelijke opvoeding, want hij werd steeds vermeld met de titel van 'meester', waarschijnlijk was hij licentiaat in beide rechten.

Hij trouwde met de Portugese hofdame Lyennor of Leonarda Rodriguez (†25 mei 1479), weduwe van een zekere Machefoing, die uit dit huwelijk een dochter Isabeau had. Omwille van dit huwelijk kreeg Overtvelt in 1438 een gift van 1200 lb van 40 gr van de hertogin van Bourgondië, Isabella van Portugal en hun toekomstig kind kreeg 15 lb van de hertog.

Van Overtvelt stelde zich later borg voor zijn schoonvader Philippe de Chassa. Wellicht was hij een tweede maal in het huwelijk getreden.

Van Overtvelt had als kinderen bij Lyennor Rodriguez:

Paul van Overtvelt had ook een bastaardzoon, Coppin, verwekt bij Michelette van Douay.

Het gezin van Overtvelt verbleef meestal in Brugge, in een woning waar hij op 3 oktober 1443 de hertogin, samen met de heer van Beaujeu en de gravin van Etampes, ontving voor een diner. Van Overtvelt beschikte ook over een kamer in het Brugse Prinsenhof.

Brugse activiteiten

In Brugge speelde van Overtvelt een niet onbelangrijke rol. Hij was onder meer:

Hij was vooral burgemeester van de schepenen in 1452-53, 1455-56, 1458-59 en 1475-76. In tegenstelling tot vele van zijn collega's doorliep hij geen 'cursus honorum', waarbij hij eerst hoofdman, raadslid en schepen was alvorens de hoogste functie te bekleden. Als dienaar aan het hof, meer bepaald in de persoonlijke dienst van de hertog en de hertogin, werd hij op deze hoogste functie bij herhaling 'geparachuteerd'. Het vervolg zou aantonen dat dit hem niet alleen vrienden opleverde.

Verder was hij ook nog:

Functies aan het hof

Van Overtvelt werd, naast en grotendeels tegelijk met zijn gemeentelijke verantwoordelijkheden, raadsheer bij de hertog van Bourgondië. Hij vervulde de volgende functies:

Taken en dienstreizen

Leengoederen en officies

Paul van Overtvelt hield volgende leengoederen:

In 1440 pachtte hij de ambten van klerkschap van de Gouvernance en het Soeverein-baljuwschap van Rijsel, Dowaai en Orchies, vacant door het overlijden van maistre Jehan de Gand; de hertog zette deze pacht om in een gift voor het leven, mits betaling van 300 fr van 32 gr per jaar, een som die in 1447 werd gehalveerd omdat deze officies niet meer zoveel zouden opgebracht hebben als daarvoor; in 1465 pachtte hij ze voor 240 lb van 40 gr per jaar (7668); dit was duidelijk een betwiste zaak want in 1473 beklaagde hij zich dat men hem nu 100 fr achterstal vroeg voor deze pacht terwijl hij beweerde brieven te hebben gekregen van Filips de Goede waarin deze hem deze pacht voor het leven gaf; maar bij het overlijden van de hertog in 1467 werd dit pensioen in de rekeningen geroyeerd omdat er geen ratificatie was voor deze gift.

In 1463 gaf de Rekenkamer, na raadpleging van voormalig algemeen ontvanger Lauwers de Maech en watergraaf Jan Utenhove, gunstig advies over de indijkingswerken die Van Overtvelt en zijn vennoten wilden ondernemen, vermits dit het publieke nut en de domaniale inkomsten van de vorst ten goede zou komen; die bedijking moest evenwel afgewerkt zijn voor 24 juni 1467.

Personalia

Dramatisch einde

De onwankelbare trouw die van Overtvelt vertoonde ten aanzien van de hertogen van Bourgondië kwam hem duur te staan.

In 1477 vonden onlusten plaats na de dood van Karel de Stoute. De opgehitste menigte arresteerde een aantal vroegere stadbestuurders, onder de beschuldiging van corruptie. Van Overtvelt, Jan III de Baenst, heer van Sint-Joris en Anselmus Adornes, alle drie oud-burgemeester van Brugge, werden op 18 mei 1477 in het openbaar gefolterd en veroordeeld tot verbeurdverklaring van hun goederen en tot het zich terugtrekken in een klooster. Na zijn openbare foltering en vernedering werd Overtvelt ook nog veroordeeld tot betaling van 200 lb gr, die hij onmiddellijk vereffende. Dankzij Maria van Bourgondië kon hij na korte tijd opnieuw zijn plaats in de Brugse samenleving innemen.

Enkele jaren later was het weer oproertijd. Op 16 oktober 1483 werd van Overtvelt door de vierschaar van Brugge verbannen omdat hij zich als burgemeester vele malen had laten corrumperen en zelfs een vals vonnis had gewezen. Volgens Nicolaas Despars nam hij de benen net voor hij op 16 oktober 1483 verbannen werd en stierf hij kort daarop in Brussel.

Begraafplaats

Paul van Overtvelt zou in de Onze Lieve Vrouwekerk in Brugge worden bijgezet, samen met zijn echtgenote, in de kapel die hij had opgericht. Het grafschrift luidde: Pauwels wijlen was raed en den dienaere van hooghe moghende ende zeere wel gheminde prinche hertoghe Philips van Bourgogne ende van Brabant grave van Vlaendren, met afbeelding van zijn wapens en van zichzelf en zijn echtgenote. Het ging om een wandgraf met nis, een rechthoekige, vlakke en gedeeltelijk in de wand gebouwde sarcofaag. Nochtans werd op de grafsteen toegevoegd dat hij zelf was begraven in het klooster Hertogendal in Brabant.

Literatuur