
Een pentekening is een tekening die vervaardigd wordt met pen en inkt. Er zijn verschillende varianten.
Het pentekenen bestaat al duizenden jaren. In de tijd van Egyptenaren, Grieken en Romeinen zijn oude geschriften gevonden waarin geschreven en getekend werd met riethalmen en later bronzen pennen, samen met zelfvervaardigde inkt.
Later werd pentekenen vooral gedaan door monniken. Zij gingen de pen en inkt gebruiken om met de hand geschreven boeken te illustreren. Er werd gewerkt met, voor zover na te gaan, twee verschillende inktsoorten. De ene, gemaakt van ijzerzout en galnoten, werd in de loop der tijd bruin. De andere formule was koolstof (lampzwart) in een mengsel van Arabische gom en water. Nu wordt er veelal Oost-Indische of synthetische inkt gebruikt.
De techniek van het pentekenen werd vroeger gebruikt voor het optekenen van enkele lijnen om zo later de vorm of compositie te kunnen gebruiken in een schilderij of als aantekening of illustratie in een boek. In veel oude boeken komen deze pentekeningen voor.
Het pentekenen werd in vroegere tijden gezien als een middel om te schetsen, en kunstenaars als Leonardo da Vinci, Antoon van Dyck, Peter Paul Rubens en Rembrandt van Rijn maakten veel gebruik van deze techniek.
In de negentiende eeuw zijn de pentekeningen niet meer weg te denken uit boeken en tijdschriften, en zo veroverde deze techniek de gehele wereld.
Tegenwoordig is de techniek uitgebreid naar een volwaardige/volwassen kunstvorm en ook in de illustratiewereld wordt er veel gebruik van gemaakt.
In rechtbanken (tot heden) wordt nog veelvuldig van pentekeningen gebruikgemaakt en moderne kunstenaars blijven het als een eenvoudig en goedkoop middel zien om beelden vast te leggen. Complete tekeningen worden gemaakt op grote vellen papier en er zijn pentekeningen bekend die een oppervlakte bestrijken van 80 bij 60 cm.
De techniek van het pentekenen is veelzijdig en daarom interessant om mee te werken.
Men onderscheidt wel vijf manieren van pentekenen.