Vuurzwammen

Phellinus
Echte vuurzwam (Phellinus igniarius)
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Basidiomycota
Onderstam:Agaricomycotina
Klasse:Agaricomycetes
Onderklasse:Agaricomycetidae
Orde:Hymenochaetales
Familie:Hymenochaetaceae
Geslacht
Phellinus
Quél. (1886)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Phellinus op Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Phellinus is een geslacht van houtbewonende buisjeszwammen uit de familie Hymenochaetaceae. De soorten veroorzaken witrot in hout en groeien voornamelijk op bomen en struiken. Veel soorten hebben harde, meerjarige vruchtlichamen met een bruine tot zwarte bovenzijde.

Het geslacht werd in 1886 beschreven door de Franse mycoloog Lucien Quélet. De typesoort is de echte vuurzwam (Phellinus igniarius).

Vroeger werden veel meer soorten tot Phellinus gerekend. Door moleculair onderzoek is gebleken dat deze soorten niet allemaal nauw verwant zijn. Verschillende soorten zijn daarom ondergebracht in andere geslachten, waaronder Fomitiporia, Fuscoporia, Phellinopsis, Phylloporia en Porodaedalea. De Nederlandse benaming vuurzwammen wordt ook voor soorten uit deze andere geslachten gebruikt.

Taxonomie

Het geslacht Phellinus werd oorspronkelijk in brede zin opgevat (Phellinus sensu lato). Tot deze groep werden talrijke soorten gerekend die harde vruchtlichamen en een vergelijkbare microscopische bouw hebben.

DNA-onderzoek heeft aangetoond dat deze traditionele indeling geen natuurlijke verwantschapsgroep vormt. In de huidige, beperktere opvatting (Phellinus sensu stricto) behoort vooral het soortencomplex rond Phellinus igniarius tot het geslacht. Daarnaast worden enkele andere verwante soortengroepen tot Phellinus gerekend.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De vruchtlichamen van Phellinus zijn meestal hard, houtachtig en meerjarig. Ze groeien vaak als hoefvormige of consolevormige uitsteeksels aan boomstammen. Sommige soorten kunnen ook korstvormige vruchtlichamen vormen.

De bovenzijde is doorgaans grijsbruin tot zwart en kan een harde korst hebben. Aan de onderzijde bevindt zich een laag met kleine ronde poriën. Deze poriën vormen de openingen van de buisjes waarin de sporen worden geproduceerd.

Doordat de vruchtlichamen meerdere jaren kunnen doorgroeien, ontstaan vaak duidelijk herkenbare groeizones.

Microscopische kenmerken

De soorten uit het Phellinus igniarius-complex hebben doorgaans een dimitisch hyfensysteem, bestaande uit generatieve hyfen en skelethyfen. In het hymenium zijn vaak donkerbruine, dikwandige en spits toelopende setae aanwezig.

De basidiosporen zijn kleurloos, glad en reageren niet amyloïde of dextrinoïde in Melzers reagens. De vorm en afmetingen van de sporen en setae kunnen helpen bij het onderscheiden van soorten.

Ecologie

Soorten van Phellinus leven op hout en veroorzaken witrot. Hierbij breken ze onder andere lignine af, waardoor het aangetaste hout geleidelijk zijn stevigheid verliest.

Veel soorten leven als necrotrofe parasiet op levende bomen. Ze kunnen langdurig in het hout aanwezig blijven en veroorzaken onder andere stamrot en kernrot. Na het afsterven van de boom kunnen sommige soorten nog enige tijd als saprotroof doorgroeien op het dode hout.

Binnen het Phellinus igniarius-complex zijn veel soorten gebonden aan bepaalde boomgeslachten. Zo groeit de echte vuurzwam voornamelijk op wilgen, terwijl andere soorten vooral voorkomen op populieren of bomen uit het geslacht Prunus.

Verspreiding

Phellinus komt in verschillende werelddelen voor. Het Phellinus igniarius-complex is vooral bekend van het noordelijk halfrond, waaronder Europa, Azië en Noord-Amerika. Andere soorten die tot Phellinus worden gerekend, komen ook voor in tropische en subtropische gebieden.

Soorten

Tot het geslacht Phellinus behoren onder meer de volgende in Nederland voorkomende soorten:

De zwarte vuurzwam (Phellinus igniarius var. trivialis) werd vroeger als afzonderlijke variëteit en soms als zelfstandige soort onderscheiden. Volgens verschillende taxonomische onderzoeken is dit onderscheid niet voldoende onderbouwd en wordt deze vorm doorgaans tot Phellinus igniarius gerekend.

Voorheen tot Phellinus gerekende soorten

Verschillende soorten die in het Nederlands eveneens vuurzwam worden genoemd, zijn tegenwoordig in andere geslachten geplaatst. Voorbeelden zijn:

Fomitiporia

Soorten van Fomitiporia onderscheiden zich van de meeste soorten van Phellinus door hun min of meer ronde, dextrinoïde basidiosporen en het ontbreken van hymeniale setae.

Fuscoporia

De soorten van Fuscoporia hebben vaak korstvormige vruchtlichamen met bruine setae. Bij verschillende soorten zijn deze setae ook aanwezig in het hout onder het vruchtlichaam.

Andere geslachten