Pierre Van Humbeeck

Gedenkplaat te Brussel vervaardigd door Charles Samuel

Pierre-Edouard Van Humbeeck (Brussel, 17 mei 1829 – aldaar, 5 juli 1890) was een Belgisch advocaat en liberaal politicus. Hij was van 1860 tot 1884 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel en was van 19 juni 1878 tot 16 juni 1884 minister van Openbaar Onderwijs. Van Humbeeck was de eerste Belgische minister die deze titel droeg. Zijn naam is vooral verbonden met de hervorming van het lager onderwijs door de wet van 1 juli 1879, die een centrale rol speelde in de eerste schoolstrijd.

Levensloop

Van Humbeeck was een zoon van de bankier en gemeenteraadslid van Brussel Jacques Van Humbeeck en van Anne-Marie Annemans.

Opleiding en advocatuur

Van Humbeeck studeerde rechten aan de Université libre de Bruxelles (ULB). In 1851 begon hij als advocaat aan de Brusselse balie. Hij was stafhouder in 1873-1874.

Al vóór zijn parlementaire loopbaan hield hij zich bezig met politieke en sociale vraagstukken. In 1859 publiceerde hij in La Belgique judiciaire een studie over de strafrechtelijke behandeling van coalities van werkgevers en arbeiders, Révision du code pénal. Des coalitions de maîtres et d'ouvriers.

Binnen de Brusselse liberale beweging behoorde Van Humbeeck aanvankelijk tot de vooruitstrevende vleugel. In 1860 werd hij voorzitter van de liberale vereniging in Brussel en in hetzelfde jaar werd hij verkozen tot lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Brussel als opvolger van de overleden Charles de Brouckère. Hij behield zijn Kamerzetel tot 1884. Van 1869 tot 1870 was hij ondervoorzitter van de Kamer.

Minister van Openbaar Onderwijs

Na de liberale verkiezingsoverwinning van 1878 trad Van Humbeeck op 19 juni van dat jaar toe tot de tweede regering van Walthère Frère-Orban. Het afzonderlijke departement Openbaar Onderwijs werd in die periode opgericht en Van Humbeeck werd de eerste minister die ervoor verantwoordelijk was. Hij bleef in functie tot 16 juni 1884. Hij nam tijdens zijn ministerschap ook tijdelijk de portefeuille van Oorlog waar.

Het belangrijkste onderdeel van zijn ministeriële beleid was de herziening van de wet van 1842 op het lager onderwijs. De tweede organieke wet op het lager onderwijs werd op 1 juli 1879 aangenomen en werd bekend als de wet-Van Humbeeck. Elke gemeente moest ten minste één officiële, neutrale lagere school organiseren. Godsdienstonderwijs maakte niet langer deel uit van het gewone lesprogramma; het kon op verzoek van de ouders buiten de gewone lesuren worden gegeven. De wet versterkte daarnaast de rol van de staat bij de opleiding en diplomering van onderwijzers. Gemeentebesturen moesten in beginsel onderwijzers aanstellen die een officieel erkend diploma bezaten.

De hervorming stuitte op hevig verzet van de katholieke kerk en de katholieke politieke beweging. Het conflict over de organisatie, financiering en levensbeschouwelijke positie van het onderwijs ontwikkelde zich tot de eerste Belgische schoolstrijd, die duurde van 1879 tot 1884. Na de katholieke verkiezingsoverwinning van 1884 kwam een einde aan Van Humbeecks ministerschap. De organieke onderwijswet van 20 september 1884 van de Regering-Malou draaide verschillende bepalingen van de wet van 1879 terug en vergrootte opnieuw de autonomie van de gemeenten.

Van Humbeeck ondernam als minister ook een poging om de leerplicht in te voeren. Op 3 juli 1883 diende hij bij de Kamer het eerste Belgische wetsontwerp in dat onderwijs verplicht wilde maken voor alle kinderen van zes tot twaalf jaar. Het ontwerp koppelde de leerplicht tevens aan maatregelen tegen arbeid door jonge kinderen.

Vrijmetselarij

Van Humbeeck was actief in de Belgische vrijmetselarij. Hij werd in 1857 opgenomen in de Brusselse loge Les Vrais Amis de l'Union et du Progrès Réunis en was er vanaf 1863 voorzittend meester. In 1869 werd hij nationaal grootmeester van het Grootoosten van België, een functie die hij gedurende drie jaar bekleedde. Vanaf 1876 was hij tevens soeverein grootcommandeur van de Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus; hij bleef dat tot zijn overlijden. Verder was Van Humbeeck medeoprichter van de Ligue de l'Enseignement.

Laatste jaren en nagedachtenis

Na het einde van zijn parlementaire loopbaan in 1884 trok Van Humbeeck zich grotendeels uit de nationale politiek terug. Hij was daarnaast gemeenteraadslid van Brussel.

Van Humbeeck overleed op 5 juli 1890 in Brussel. In 1902 werd in Brussel een monument ter nagedachtenis aan hem opgericht. Het monument werd ontworpen door architect J.L. Barbier en beeldhouwer en medailleur Charles Samuel. De inscriptie herinnert aan Van Humbeeck als Brussels gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger en minister van Openbaar Onderwijs.

Trivia

In Sint-Jans-Molenbeek is er een Pierre Van Humbeeckstraat.In Brussel op de Papenvest (hoek Dansaertstraat) is er een gedenkplaat van Pierre-Edouard Van Humbeeck vervaardigd door Charles Samuel.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Pierre Van Humbeeck van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.