| Piet Wiegman | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Zwolle, 18 april 1885 | |||
| Overleden | Alkmaar, 30 september 1963 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Beroep | kunstschilder, keramist, pottenbakker, aquarellist, tekenaar, mozaïekkunstenaar, poppenmaker, graficus, lithograaf, houtgraveur | |||
| Werkveld | keramische kunst | |||
| Floruit | 20ste eeuw | |||
| Oriënterende gegevens | ||||
| Jaren actief | 1913 – 1963 | |||
| Bekende werken | Stilleven | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Petrus Cornelis Constant (Piet) Wiegman (Zwolle, 18 april 1885 – Alkmaar, 30 september 1963) was een Nederlands schilder, graficus, keramist en poppensnijder.
Op 21-jarige leeftijd begint hij te schilderen. Daarvoor had hij veel getekend. Zijn eerste schilderijen tonen de invloed van George Hendrik Breitner. In 1908 besluit hij van het schilderen zijn beroep te maken, misschien onder invloed van zijn broers Jan Wiegman en Matthieu Wiegman, en hij schrijft zich in aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij houdt het daar echter maar drie maanden vol.
In 1913 vestigt hij zich in Groet en wijdt zich geheel aan de schilderkunst. In 1921-1922 woont hij, nu samen met zijn kersverse echtgenote Janna Formijne, in Amsterdam, waar hij via de kunsthandelaar Jack Vecht een gezelschap van kunstenaars leert kennen, onder wie Wim Schuhmacher. Hij sluit zich aan bij de Bergense School.
Van 1922 tot 1929 woont het gezin in het Limburgse Thorn aan de Trippaardstraat 3. In die periode ontstaat een levenslange en vruchtbare vriendschap met Hendrik Wiegersma en zijn vrouw Nel Daniëls. Met Constant Permeke voelt Wiegman een sterke verwantschap. Een kubistisch-expressionistische stijl blijft het werk van Wiegman karakteriseren, ook in de keuze van zijn onderwerpen en kleurgebruik. In Thorn maakt hij vele houtsneden, hij snijdt poppen voor de kinderen Wiegersma en begint te beeldhouwen. In 1932 laat hij zich scholen als keramist. Het decoreren van aardewerk wordt een ontspanning voor Wiegman, die zich in perioden moeilijk kan concentreren op het schilderwerk alleen. Als veelzijdig kunstenaar vervaardigt Wiegman ook complexere keramiek; tegels, tableaus en potten.
In 1929 sterft hun zoontje Peter op driejarige leeftijd. Janna wilde weg en het gezin gaat terug naar Groet in Noord-Holland. In 1938 betrekken zij een door Piet Wiegman zelf ontworpen woning met een ruim atelier in Groet. De werken van Wiegman worden meer realistisch van aard en stijl. In de oorlogsperiode weigert Wiegman zich te registreren bij de Kulturkammer; verkoop en expositie van zijn werk is snel niet meer mogelijk. Hij maakt een moeilijke periode door met veel verhuizingen. Na 1945 en ondanks de opkomst van de Cobra-beweging, waar hij weinig affiniteit mee heeft, herstelt hij zich. Een hartaanval in 1950 maakt hem echter het schilderen onmogelijk en beperkt zijn energie en concentratie. Het wordt gevolgd door een periode met depressies. Hij beleeft nog een belangrijk hoogtepunt in 1950; ter gelegenheid van zijn 65ste verjaardag is er een overzichtstentoonstelling in het Prinsenhof te Delft. En in 1957 wordt hij, overigens zonder veel enthousiasme, benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. In 1963 overlijdt hij aan een hartaanval, 10 dagen na het heengaan van zijn broer Jan.