Pieter Geijl

Pieter Geijl
Pieter Geijl
Persoonsgegevens
Volledige naam Pieter Catharinus Arie Geijl
Geboortenaam Pieter Catharinus Arie GeylBewerken op Wikidata
Geboortedatum 15 december 1887
Geboorteplaats Dordrecht
Overlijdensdatum 31 december 1966
Overlijdensplaats Utrecht
Geboorteland Nederland
Opleiding en beroep
Opleiding gevolgd aan Universiteit LeidenBewerken op Wikidata
Beroep Historicus
Werken
Bekende werken De Geschiedenis van de Nederlandsche stam (boek)
Erkenning en lidmaatschap
Lid van Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Indische GijzelaarsBewerken op Wikidata
Werken in collectie Museum de ScheperBewerken op Wikidata
Prijzen en onderscheidingen P.C. Hooft-prijs (1957), Orde van Verdienste voor Kunst en Wetenschap, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (22 april 1955), Commandeur in de Kroonorde (28 juni 1957), Commandeur in de orde van het Britse rijk (18 maart 1960)Bewerken op Wikidata
Links
Dbnl-profiel
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Pieter Catharinus Arie Geijl, (Dordrecht, 15 december 1887 - Utrecht, 31 december 1966) was een Nederlands hoogleraar geschiedenis, eerst aan de Universiteit van Londen, later aan de Universiteit van Utrecht. Voor publicaties in Angelsaksische landen gebruikte Geijl de spellingvariant Geyl, omdat de ij onbekend is in het Engels.

Biografie

Pieter Geijl was de zoon van een huisarts. Pieter volgde middelbaar onderwijs aan het stedelijk gymnasium te Den Haag (vanaf 1946 Gymnasium Haganum) en begon in 1906 zijn studie Nederlandse letteren en geschiedenis aan de universiteit van Leiden. Na kritiek op zijn literaire vaardigheden van zijn vrienden Pieter Nicolaas van Eyck en Albert Verwey richtte Geijl zich uitsluitend op zijn studie geschiedenis. Hij studeerde in 1911 cum laude af.

Geijl ontving na zijn studie op voorspraak van de hoogleraar vaderlandse geschiedenis Petrus Johannes Blok een beurs van de Stichting Robert Fruin Fonds voor Studiereizen. Dit fonds was in 1886 was opgericht met als doel studiereizen voor onbemiddelde studenten mogelijk te maken. Historicus en professor Robert Fruin (1823-1899) stelde zijn nalatenschap beschikbaar voor dit fonds. Geijl vertrok voor zes maanden naar Italië, waar hij in Venetië materiaal verzamelde voor zijn dissertatie over de Doorluchtige Republiek Venetië. De titel van deze studie luidt Christofforo Suriano. Resident van de serenissime republiek van Venetië in Den Haag, 1616-1623. In december 1913 promoveerde hij, opnieuw met lof.

Geijl werd hierna correspondent in Londen voor het Algemeen Handelsblad. In 1919 kreeg hij een leerstoel Dutch Studies aan het University College London (UCL). Deze leerstoel werd met steun van de Nederlandse ambassade gefinancierd door het bedrijfsleven. Geijl was de eerste hoogleraar die hem bekleedde. In 1920 werd hij bijgestaan door Peter Nicolaas Ubbo Harting, docent Nederlandse taal- en letterkunde. In 1936 werd Geijl hoogleraar nieuwe geschiedenis aan de universiteit van Utrecht, en in 1938 daarnaast buitengewoon hoogleraar aan de toenmalige Nederlandsche Handels-Hoogeschool te Rotterdam. In beide posities volgde hij Gerhard Wilhelm Kernkamp op. In 1941 is Geijl benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In 1957 werd hem de P.C. Hooft-prijs voor zijn wetenschappelijk en essayistisch werk verleend. Geijl ging in 1958 met emeritaat.

Geijl was voorstander van een Groot-Nederland, dat zou moeten bestaan uit Nederland, Vlaanderen en Zuid-Afrika, en pleitte daarom voor samenwerking op het gebied van de taal en cultuur. Zijn sympathie voor de Vlaamse Beweging hangt hiermee samen, en was ook consequent in het licht van zijn werk De Geschiedenis van de Nederlandse stam, waaruit eveneens een grootnederlandse opvatting blijkt.

Persoonlijk leven

Geijl was gehuwd en had een zoon en een dochter. Na het overlijden van zijn eerste vrouw is Geijl hertrouwd. Dit huwelijk bleef kinderloos. Over de nalatenschap van Geijl voerden de kinderen een juridische strijd tegen de weduwe, die tot bij de Hoge Raad werd uitgevochten (arrest 'Prof. Geijl', Hoge Raad 10 januari 1969, NJ 1970, 176).

Vanwege zijn kritiek op het bewind van de nazi's tijdens de bezetting in de Tweede Wereldoorlog werd Geijl vastgezet in concentratiekamp Buchenwald, maar hij werd later overgeplaatst naar verschillende kampen in Nederland, waaronder kamp Sint-Michielsgestel. Daar was hij een van de Heeren Zeventien-gijzelaars. Toen hij in 1944 om gezondheidsredenen werd vrijgelaten, zocht hij direct contact met het verzet.

In de jaren veertig schreef Geijl sonnetten die in 1945 werden gepubliceerd onder de titel O Vrijheid.

Uitspraak

Bibliografie

Diverse werken van Geijl zijn later herzien of aangevuld.

Over Pieter Geijl, en verzameld werk