
Pijnstillers of analgetica zijn medicijnen die worden gebruikt om pijn te verzachten of weg te nemen. Analgetica werken op verschillende manieren op het perifere of centrale zenuwstelsel in. Afhankelijk van het soort pijnstiller en de werking, worden verschillende vormen van orale inname voorgeschreven, bijvoorbeeld in tabletvorm of door de pijnstiller in water op te lossen.
De eerste pijnstillers zijn in 1832 door de Fransman Pierre Robiquet uitgevonden. Hij ontdekte codeïne in wit alkaloïde, een derivaat van morfine, dat als kalmeringsmiddel kon worden gebruikten en in hoestsiroop kon worden verwerkt. Cannabis was eveneens een veelgebruikte pijnstiller, maar het gebruik daarvan verdween toen aspirine kon worden gebruikt.
De Wereldgezondheidsorganisatie keurde in 1990 een pijnbestrijdingsschema goed, de pijnladder, waarin de stapsgewijze introductie van steeds sterkere pijnbestrijdingsmiddelen wordt beschreven. Het schema werd eerst opgesteld om patiënten die pijn hadden door kanker, maar vindt inmiddels toepassing in alle medische disciplines, waaronder de chirurgie en anesthesie.