| Peermos | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Pohlia Hedw. (1801) | ||||||||||
| ||||||||||
Peermos (Pohlia) is een kosmopolitisch geslacht van bladmossen uit de familie Mniaceae.
Pohlia-soorten groeien in losse tot dichte zoden. De rechtopstaande stengeltjes zijn op dwarse doorsnede meer of minder vijfhoekig en hebben een duidelijke centrale streng. De bladeren zijn eirond tot lancetvormig, geheel of gedeeltelijk getand richting de bladpunt, zonder uitgesproken randzoom en met een enkele bladnerf die eindigt voor de bladpunt of zelden uitsteekt. De lamina-cellen zijn langwerpig zeshoekig tot lineair. De sporenkapsel op de lange seta staat rechtop tot hangend en is kort eivormig tot cilindrisch. Huidmondjes zijn beperkt tot de kapselhals en kunnen faneropoor (niet ingebed) of cryptopoor (ingeklemd) zijn. Het peristoom is dubbel. Bij een aantal soorten worden in de bladoksels bulbillen gevormd.
Johannes Hedwig (1730–1799) noemde het geslacht naar Johann Ehrenfried Pohl (1746–1800), een Duitse arts en botanicus. Hedwig volgde Pohl op als hoogleraar en directeur van de Botanische Tuin aan de Universiteit van Leipzig.
Het geslacht Pohlia werd voorheen toegewezen aan de familie Bryaceae. Volgens de systematiek van Frey/Fischer/Stech wordt hij nu in de familie Mniaceae geplaatst.
Er zijn wereldwijd 138 soorten. In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland komen de volgende soorten voor: