
Prefabwoningen, ook wel geprefabriceerde huizen genoemd, zijn woningen waarvan onderdelen vooraf op een externe locatie worden vervaardigd en vervolgens naar de bouwplaats worden vervoerd voor assemblage. Vaak worden deze woningen opgebouwd uit gestandaardiseerde secties die relatief eenvoudig kunnen worden getransporteerd en gemonteerd.

De term prefab verwijst naar geprefabriceerde componenten, zoals panelen, modules of verplaatsbare delen. Hieronder vallen onder meer modulaire woningen en bepaalde typen verplaatsbare woningen. De term wordt soms ook gebruikt voor stacaravans en andere mobiele woningen.
In de Verenigde Staten worden mobiele en gefabriceerde woningen gebouwd volgens de bouwvoorschriften van het HUD, terwijl modulaire woningen doorgaans worden gebouwd volgens de International Residential Code (IRC)..
Het woord prefab is afkomstig uit het Engels en vormt een verkorting van prefabricated. Het woord verscheen voor het eerst in 1951.
Een vroege vermelding van een geprefabriceerd gebouw dateert uit de periode 1160–1170 en werd beschreven door Wace. Volgens Pierre Bouet verwees Wace naar een door de Noormannen vervoerd bouwpakket voor een kasteel. In het gedicht Roman de Rou wordt beschreven hoe houten onderdelen vooraf werden voorbereid en ter plaatse werden samengebouwd.
In de 16e eeuw maakte keizer Akbar in India gebruik van verplaatsbare constructies. Deze werden in 1579 beschreven door Arif Qandahari.
In de Verenigde Staten boden bedrijven zoals Sears Catalog Homes tussen 1902 en 1910 woningen aan via postordercatalogi. In de jaren dertig verrichtte het Forest Products Laboratory, onderdeel van de US Forest Service, onderzoek naar prefabwoningen, waaronder de bouw van een demonstratiewoning voor de Madison Home Show van 1935.
In de vroege jaren zestig werden de prefabwoningen van Leisurama, ontworpen door Andrew Geller, gepresenteerd in Macy's in New York en op de Wereldtentoonstelling van 1964 in New York. Een eerder prototype was in 1959 tentoongesteld in Moskou tijdens de Amerikaanse Nationale Tentoonstelling.

De hedendaagse prefabsector wordt doorgaans onderverdeeld naar bouwmethode. Veel bedrijven richten zich op paneelbouw, modulaire bouw en gefabriceerde woningen.
Paneelwoningen, ook wel systeemwoningen genoemd, worden opgebouwd uit geprefabriceerde onderdelen zoals wand-, vloer- en dakelementen. Deze onderdelen worden in een fabriek vervaardigd met behulp van geautomatiseerde productietechnieken, waaronder computergestuurde zagen en lasersnijders.
Na productie worden de panelen naar de bouwplaats vervoerd en daar gemonteerd. De assemblage vertoont overeenkomsten met traditionele woningbouw, maar een deel van het productieproces vindt vooraf plaats.
Modulaire woningen worden opgebouwd uit afzonderlijke modules die grotendeels in een fabriek worden geproduceerd. Digitale technieken zoals driedimensionale modellering worden toegepast om ontwerp en productie te ondersteunen.
Volgens verschillende marktanalyses verloopt modulaire bouw doorgaans sneller dan traditionele bouwmethoden en kan het materiaalgebruik lager liggen.

Volgens gegevens van het Census Bureau Survey of Construction vormden niet op locatie gebouwde eengezinswoningen in 2020 ongeveer 3% van alle opgeleverde eengezinswoningen in de Verenigde Staten.
Tussen 1945 en 1948 werden in Groot-Brittannië meer dan 156.000 prefabwoningen gebouwd.
In de jaren veertig ontwierp de Franse architect Jean Prouvé de aluminium prefabwoning Maison Tropicale, bedoeld voor gebruik in Afrika.
Na de Tweede Wereldoorlog bouwde Sell-Fertighaus GmbH meer dan 5.000 geprefabriceerde woningen in Duitsland voor de Amerikaanse bezettingsmacht.[bron?]

In het Verenigd Koninkrijk wordt de term prefab vaak geassocieerd met de woningen die na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal werden gebouwd als tijdelijke vervanging van door bombardementen verwoeste huizen. Voorbeelden hiervan zijn Airey-huizen.
Hoewel deze woningen oorspronkelijk als tijdelijk waren bedoeld, bleven veel ervan langdurig in gebruik. Een deel van deze woningen bestaat nog in de 21e eeuw.
In 2011 werd aangekondigd dat een groot prefabcomplex in Lewisham in Zuidoost-Londen zou worden herontwikkeld, waarbij zes woningen behouden zouden blijven.
Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog werden prefabwoningen gebouwd, waaronder de woningen in Austin Village, Birmingham.
Een recenter voorbeeld is het project y:cube van de YMCA in Mitcham, Zuid-Londen. Ook bedrijven zoals Ilke Homes produceren modulaire woningen.
Na de Tweede Wereldoorlog nam het gebruik van prefabelementen in de bouw in Nederland toe. In de jaren tachtig begon Portakabin met modulaire bouwsystemen voor tijdelijke accommodaties.
In België ontstonden vroege prefabtoepassingen onder meer in de landbouwsector, met prefabloodsen van beton. Ondernemer Charles Valcke wordt genoemd als een van de pioniers van prefabbouw in België.

In 2018 werd op Texel een verplaatsbaar woonproject gerealiseerd. Het Belgische bedrijf Skilpod produceerde hiervoor woningen in een geautomatiseerde fabriek.
Volgens een publicatie uit 2021 bestaat in Nederland een groter aandeel van de nieuwbouw uit prefab-elementen dan in België.
In 2010 werden vanuit Bali 98.417 prefabhuizen geëxporteerd. In 2011 daalde dit aantal tot 5.007 eenheden, wat in verband werd gebracht met de wereldwijde economische vertraging.