
Propaganda is een vorm van massacommunicatie waarbij een zender selectief informatie, beelden, symbolen of emoties inzet om de denkbeelden of gedragingen van een doelgroep te beïnvloeden, vanuit een politiek, ideologisch of sociaal belang.
| Desinformatie | ||||
|---|---|---|---|---|
| Vormen en soorten | ||||
|
broodjeaapverhaal · canard · clickbait · complottheorie · deepfake · demonisering · framing · hoax · nepnieuws · propaganda | ||||
| Consequenties en uitkomsten | ||||
|
factchecking · International Fact-Checking Network · internetcensuur · media-educatie · Verordening digitale diensten · Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland | ||||
| ||||
Het woord propaganda vindt zijn oorsprong in het Latijnse propagare, dat vermeerderen of voortplanten betekent. In deze context en vorm (gerundivum) kan het vertaald worden als 'hetgeen vermeerderd moet worden'. 'Propaganda' is voor het eerst gedocumenteerd in 'Congregatio de propaganda fide', de in 1622 door de paus ingestelde kerkelijke organisatie ter verspreiding van het geloof. Sinds de negentiende eeuw wordt het woord ook buiten een religieuze context gebruikt.
Propaganda kan neutraal, negatief of positief zijn, afhankelijk van het doel en de context. Het begrip propaganda kreeg voorafgaand aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog een negatieve gevoelswaarde vanwege het vanuit een totalitair systeem verstrekken van eenzijdige, onvolledige, verhullende of zelfs leugenachtige informatie, om zo de publieke opinie te bespelen. In het Duitsland van de periode 1933 tot 1945 speelde nazipropaganda een grote rol. Joseph Goebbels, rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda van het Derde Rijk, hield er het moreel van de Duitse burgerbevolking mee in stand, die te maken kreeg met bombardementen, verslechterende levensomstandigheden en, naarmate de oorlog vorderde, steeds slechtere berichten van het front. Propagandistische campagnes van de omvang zoals die voorkwamen in nazi-Duitsland, maar ook in de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin, Noord-Korea en het Irak onder Saddam Hoessein, worden ook wel indoctrinatie genoemd. Ze komen vooral voor - en kunnen ongecorrigeerd blijven bestaan - in dictaturen zonder vrijheid van meningsuiting. Kenmerkend is daarbij het sterke belang van de zender, die zijn eigen wensen probeert te realiseren zonder rekening te willen houden met het belang van de ontvanger.
Propaganda en reclame hebben veel gemeen. Ook reclame gebruikt verhullende of onware argumenten om een boodschap te verbreiden. Het verschil is dat reclame meestal voor commerciële doeleinden wordt gebruikt en vaak herkenbaar is als reclame, terwijl propaganda niet altijd als propaganda herkenbaar is.
Een Duits gezegde luidt: Standort macht Standpunkt, wat zoveel betekent als een mening wordt gevormd door de plaats waar men zich bevindt. Met andere woorden, wat de een propaganda vindt, is voor de ander de waarheid. In conflictsituaties beschuldigen beide partijen elkaar dikwijls van propaganda. In de oorlogen tegen Slobodan Milošević en Saddam Hoessein werden beide leiders in de westerse media afgeschilderd als "erger dan Adolf Hitler". In Servië en Irak werd dit afgedaan als propaganda, terwijl men in het westen twee gevaarlijke figuren zag die de wereldvrede bedreigden.

Victor Klemperer heeft propagandatechnieken van de nazi's ontleed in zijn boek LTI – Notizbuch eines Philologen. Sindsdien zijn er veel nieuwe propagandatechnieken bijgekomen:
Voorbeelden van afkeurende aanduidingen:
Bewust gebruik van adjectieven met een negatieve connotatie. Zo hebben "extreem" en "ingrijpend" een vergelijkbare betekenis, maar heeft extreem een veel negatievere connotatie.
Ook woorden als "dubieuze" of "vermeende" kunnen het onderwerp verdacht maken.

Ieder individu heeft zijn eigen ideeën bij een bepaald begrip en interpreteert het anders dan anderen. Dit gebeurt vooral wanneer beloften niet duidelijk worden gedefinieerd, maar slechts met een paar ronkende woorden beschreven worden.
Enkele voorbeelden:
Een boodschap positiever verpakken dan deze in werkelijkheid is. Soms door simpelweg het bijvoeglijk naamwoord 'positief' er voor te zetten, waardoor de suggestie wordt gewekt dat het positief is. Verder kan bijvoorbeeld 'Ministerie van Defensie' een eufemisme zijn voor een ministerie dat gericht is op 'offensie'.

Door bijvoorbeeld te stellen dat men iets wel of niet moet doen, omdat men anders asociaal of onmenselijk zou zijn. Niemand wil zo te boek staan, dus doet men het sociaal wenselijk geachte.
Een instituut met autoriteit, of een begrip dat respect afdwingt, wordt gebruikt om het beoogde publiek een positief of negatief oordeel te doen vellen. Deze techniek wordt steevast in reclame toegepast: "laboratorium X heeft dit product getest en goedgekeurd". Minder concreet kunnen ook God, de kerk in het algemeen of de staat als autoriteit gebruikt worden.
Symbolen worden vaak gebruikt bij overdragingen. Ze roepen, afhankelijk van het symbool, bepaalde sterke emoties op bij veel mensen, waardoor de propaganda wordt op ingespeeld.
Voorbeelden:
In Cuba staan bijvoorbeeld anti-Amerikaanse propagandaborden, met daarop afgebeeld een swastika (hakenkruis).
Ook combinaties zijn mogelijk, zoals het christelijk kruis met het zwaard van een krijger: de kerk keurt oorlog goed en de krijger verdedigt haar.
Kleuren spelen bij propaganda een belangrijke rol; ze beïnvloeden de menselijke gemoedstoestand en roepen emoties op. Sterkere kleuren geven krachtigere emoties, terwijl rustgevende kleuren verzachtend werken.
De goedkeuring van een bekende persoonlijkheid gebruiken om te overtuigen. Voorbeeld:
Zich voordoen als iemand van het gewone volk, met dezelfde zorgen en opinies, staand tegenover een onzichtbare culturele elite. Bijvoorbeeld het in verkiezingspropaganda voorstellen van concurrerende politici als wereldvreemde, elitaire wijsneuzen die niet weten wat er op straat leeft. "Als je op mij stemt komt er iemand aan de macht die net als jullie is, iemand met dezelfde verzuchtingen en problemen. Met mij wordt het anders…". Voorbeeld:
De andere partij afschilderen als boeman, met de suggestie dat als die de macht in handen krijgt, er oorlog uitbreekt of de wereld vergaat.
Bijvoorbeeld het sterk inzoomen op het gezicht van een opponent, of het langzaam afspelen van die beelden, wat onbewust angst opwekt. Of knippen in een opname met als doel het negatiever te laten lijken.
De achternaam van een opponent afkorten tot een letter, waardoor het een misdadiger lijkt.
Mensen motiveren om mee te doen omdat 'iedereen het doet'; appelleren aan een diep menselijk verlangen. Dit concept verklaart ook bijvoorbeeld het verschijnsel mode.
Zo werd er bij de aanname van een centrale-bankwet in de VS stelselmatig in kranten verkondigd dat de individuele banken dit absoluut niet zagen zitten — wat een leugen was — waardoor de bevolking er juist vertrouwen in kreeg.

Voorbeelden van monopolistische propaganda zijn politieke en oorlogspropaganda: het verspreiden van ideeën en overtuigingen door machthebbers en totalitaire heersers, via alle mogelijke communicatiemiddelen, met als doel het publiek te winnen voor hun gedachtegoed. Propaganda wordt dan gebruikt als instrument om mensen te manipuleren en onder druk te zetten. Deze vorm van propaganda, tijdens de twee wereldoorlogen en daarna, vormt de historische oorsprong van het huidige slechte imago van propaganda als communicatievorm.
| Type | Doel | Voorbeeld |
| Politiek | Stemmen winnen of een ideologie verspreiden. | Verkiezingscampagnes of staatstelevisie in autoritaire landen. |
| Oorlog | De vijand demoniseren en de eigen moraal hoog houden. | Posters uit de Tweede Wereldoorlog ("Uncle Sam wants YOU"). |
| Religieus | Bekering of het versterken van het geloof. | Zendingswerk of religieuze pamfletten. |
| Commercieel | Soms overlapt marketing met propaganda. | Bedrijven die zich groener voordoen dan ze zijn (greenwashing). |
Pushpropaganda verspreidt zich unilateraal, als eenrichtingsverkeer, vanuit de informatiebron richting de doelgroep. De ontvanger heeft geen invloed op de hem toegespeelde informatie. Er is sprake van pullpropaganda als de burger er bewust voor kiest om doelgroepgerichte 'propaganda' tot zich te nemen.
Bij 'witte' propaganda is duidelijk wie de bron is, en de afzender probeert dat ook niet te verbergen. 'Zwarte' propaganda daarentegen probeert zijn bron te verbergen en kan zelfs proberen de ontvanger ervan te overtuigen dat zij van een andere partij afkomstig is.
Grijze propaganda kan de inhoud of de zender betreffen
Inhoudelijke grijze propaganda heeft de volgende mogelijke effecten:
Andersom kan bepaalde (juiste) informatie worden bestempeld als grijze propaganda, om zo de correcte informatie en vooral de informatieleverancier in diskrediet te brengen. Soms is dit moeilijk te ontkrachten, omdat bijvoorbeeld de bewijzen voor de als grijze propaganda bestempelde informatie staatsgeheim zijn.
In 2017 werd in de Nederlandse krijgsmacht de Counter Hybrid Unit in het leven geroepen, om de hybride dreigingen te onderzoeken, waarmee „de vijand bijvoorbeeld politieke processen beïnvloedt [...] en nepnieuws verspreidt.” Daartegen zou een gerichte contra-propagandacampagne vanuit de Nederlandse overheid tot de mogelijkheden behoren. In dit verband werd gewezen op de vermoedelijke pogingen van met Rusland verbonden trollengroepen die probeerden de berichtgeving in de media over de MH17 te beïnvloeden.