Propaganda (communicatie)

Amerikaanse WO-I-propaganda die de geesten rijp moest maken voor Amerikaanse oorlogsdeelname
Patriottische montage uit 1944 van oorlogsscènes begeleid door het Amerikaanse volkslied

Propaganda is een vorm van massacommunicatie waarbij een zender selectief informatie, beelden, symbolen of emoties inzet om de denkbeelden of gedragingen van een doelgroep te beïnvloeden, vanuit een politiek, ideologisch of sociaal belang.

Desinformatie
Infographic How to spot fake news published by the International Federation of Library Associations and Institutions-nl.png
Vormen en soorten

broodjeaapverhaal · canard · clickbait · complottheorie · deepfake · demonisering · framing · hoax · nepnieuws · propaganda

Consequenties en uitkomsten

factchecking · International Fact-Checking Network · internetcensuur · media-educatie · Verordening digitale diensten · Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -communicatie Nederland

Portaal  Portaalicoon   Media

Etymologie

Het woord propaganda vindt zijn oorsprong in het Latijnse propagare, dat vermeerderen of voortplanten betekent. In deze context en vorm (gerundivum) kan het vertaald worden als 'hetgeen vermeerderd moet worden'. 'Propaganda' is voor het eerst gedocumenteerd in 'Congregatio de propaganda fide', de in 1622 door de paus ingestelde kerkelijke organisatie ter verspreiding van het geloof. Sinds de negentiende eeuw wordt het woord ook buiten een religieuze context gebruikt.

Negatieve klank

Propaganda kan neutraal, negatief of positief zijn, afhankelijk van het doel en de context. Het begrip propaganda kreeg voorafgaand aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog een negatieve gevoelswaarde vanwege het vanuit een totalitair systeem verstrekken van eenzijdige, onvolledige, verhullende of zelfs leugenachtige informatie, om zo de publieke opinie te bespelen. In het Duitsland van de periode 1933 tot 1945 speelde nazipropaganda een grote rol. Joseph Goebbels, rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda van het Derde Rijk, hield er het moreel van de Duitse burgerbevolking mee in stand, die te maken kreeg met bombardementen, verslechterende levensomstandigheden en, naarmate de oorlog vorderde, steeds slechtere berichten van het front. Propagandistische campagnes van de omvang zoals die voorkwamen in nazi-Duitsland, maar ook in de Sovjet-Unie onder Jozef Stalin, Noord-Korea en het Irak onder Saddam Hoessein, worden ook wel indoctrinatie genoemd. Ze komen vooral voor - en kunnen ongecorrigeerd blijven bestaan - in dictaturen zonder vrijheid van meningsuiting. Kenmerkend is daarbij het sterke belang van de zender, die zijn eigen wensen probeert te realiseren zonder rekening te willen houden met het belang van de ontvanger.

Reclame

Propaganda en reclame hebben veel gemeen. Ook reclame gebruikt verhullende of onware argumenten om een boodschap te verbreiden. Het verschil is dat reclame meestal voor commerciële doeleinden wordt gebruikt en vaak herkenbaar is als reclame, terwijl propaganda niet altijd als propaganda herkenbaar is.

Plaats en tijd

Een Duits gezegde luidt: Standort macht Standpunkt, wat zoveel betekent als een mening wordt gevormd door de plaats waar men zich bevindt. Met andere woorden, wat de een propaganda vindt, is voor de ander de waarheid. In conflictsituaties beschuldigen beide partijen elkaar dikwijls van propaganda. In de oorlogen tegen Slobodan Milošević en Saddam Hoessein werden beide leiders in de westerse media afgeschilderd als "erger dan Adolf Hitler". In Servië en Irak werd dit afgedaan als propaganda, terwijl men in het westen twee gevaarlijke figuren zag die de wereldvrede bedreigden.

Propagandatechnieken

Informatiepamflet gebruikt door het Amerikaanse leger tijdens de oorlog in Afghanistan

Victor Klemperer heeft propagandatechnieken van de nazi's ontleed in zijn boek LTI – Notizbuch eines Philologen. Sindsdien zijn er veel nieuwe propagandatechnieken bijgekomen:

Voorbeelden zijn politici die hun spreekstijl bijschaven, hun uiterlijk veranderen of zorgen dat ze gezien worden op stijlvolle locaties om hun aantrekkingskracht te vergroten.
Bepaalde trucs kunnen andermans impact verzwakken, bijvoorbeeld het verspreiden van een gerucht. Zo stapte in 2002 de 58-jarige Duitse bondskanselier Gerhard Schröder naar de rechter, om een einde te maken aan het gerucht dat hij zijn haar verfde – het gerucht maakte hem belachelijk.
Mensen misleiden om ze zo met een bepaald idee te laten instemmen. Bijvoorbeeld valse propaganda in oorlogstijd, of in samenlevingen zonder vrije media die de leugen zouden kunnen ontdekken en onthullen.
Boodschappen telkens herhalen, waardoor het publiek deze op den duur voor waar aanneemt.
Soms worden grote leugens eerder geloofd dan kleine, met name als de auteur van een leugen niet in staat wordt geacht een dergelijke grote leugen te verkondigen.
Een slechte naam zodanig koppelen aan hetgeen men wil diskwalificeren, dat het al gediscrimineerd wordt voor het geanalyseerd kan worden. Het publiek legt automatisch de link met het slechte aspect, voordat men in staat is rationeel na te denken.

Voorbeelden van afkeurende aanduidingen:

Bewust gebruik van adjectieven met een negatieve connotatie. Zo hebben "extreem" en "ingrijpend" een vergelijkbare betekenis, maar heeft extreem een veel negatievere connotatie.

Ook woorden als "dubieuze" of "vermeende" kunnen het onderwerp verdacht maken.

Beladen begrippen

We Can Do It! Een Amerikaanse propagandaposter uit de Tweede Wereldoorlog (1943)

Ieder individu heeft zijn eigen ideeën bij een bepaald begrip en interpreteert het anders dan anderen. Dit gebeurt vooral wanneer beloften niet duidelijk worden gedefinieerd, maar slechts met een paar ronkende woorden beschreven worden.

Enkele voorbeelden:

Eufemismen

Een boodschap positiever verpakken dan deze in werkelijkheid is. Soms door simpelweg het bijvoeglijk naamwoord 'positief' er voor te zetten, waardoor de suggestie wordt gewekt dat het positief is. Verder kan bijvoorbeeld 'Ministerie van Defensie' een eufemisme zijn voor een ministerie dat gericht is op 'offensie'.

De Amerikaanse propagandaposter When you ride alone, you ride with Hitler (1943) die het autodelen aanmoedigt

Framing

Door bijvoorbeeld te stellen dat men iets wel of niet moet doen, omdat men anders asociaal of onmenselijk zou zijn. Niemand wil zo te boek staan, dus doet men het sociaal wenselijk geachte.

Overdragingen

Een instituut met autoriteit, of een begrip dat respect afdwingt, wordt gebruikt om het beoogde publiek een positief of negatief oordeel te doen vellen. Deze techniek wordt steevast in reclame toegepast: "laboratorium X heeft dit product getest en goedgekeurd". Minder concreet kunnen ook God, de kerk in het algemeen of de staat als autoriteit gebruikt worden.

Symbolen

Symbolen worden vaak gebruikt bij overdragingen. Ze roepen, afhankelijk van het symbool, bepaalde sterke emoties op bij veel mensen, waardoor de propaganda wordt op ingespeeld.

Voorbeelden:

In Cuba staan bijvoorbeeld anti-Amerikaanse propagandaborden, met daarop afgebeeld een swastika (hakenkruis).

Ook combinaties zijn mogelijk, zoals het christelijk kruis met het zwaard van een krijger: de kerk keurt oorlog goed en de krijger verdedigt haar.

Kleuren spelen bij propaganda een belangrijke rol; ze beïnvloeden de menselijke gemoedstoestand en roepen emoties op. Sterkere kleuren geven krachtigere emoties, terwijl rustgevende kleuren verzachtend werken.

Getuigenissen

De goedkeuring van een bekende persoonlijkheid gebruiken om te overtuigen. Voorbeeld:

De gewone burger

Zich voordoen als iemand van het gewone volk, met dezelfde zorgen en opinies, staand tegenover een onzichtbare culturele elite. Bijvoorbeeld het in verkiezingspropaganda voorstellen van concurrerende politici als wereldvreemde, elitaire wijsneuzen die niet weten wat er op straat leeft. "Als je op mij stemt komt er iemand aan de macht die net als jullie is, iemand met dezelfde verzuchtingen en problemen. Met mij wordt het anders…". Voorbeeld:

Bangmakerij

De andere partij afschilderen als boeman, met de suggestie dat als die de macht in handen krijgt, er oorlog uitbreekt of de wereld vergaat.

Cameratechnieken

Bijvoorbeeld het sterk inzoomen op het gezicht van een opponent, of het langzaam afspelen van die beelden, wat onbewust angst opwekt. Of knippen in een opname met als doel het negatiever te laten lijken.

Afkorten van namen

De achternaam van een opponent afkorten tot een letter, waardoor het een misdadiger lijkt.

Groepsdruk

Mensen motiveren om mee te doen omdat 'iedereen het doet'; appelleren aan een diep menselijk verlangen. Dit concept verklaart ook bijvoorbeeld het verschijnsel mode.

Omgekeerde propaganda

Zo werd er bij de aanname van een centrale-bankwet in de VS stelselmatig in kranten verkondigd dat de individuele banken dit absoluut niet zagen zitten — wat een leugen was — waardoor de bevolking er juist vertrouwen in kreeg.

Monopolistisch versus dialogisch

Amerikaanse propagandaposter om soldaten te werven (1916-1917)
Japanse propagandafilm om tijdens de Tweede Wereldoorlog Indonesische hulpsoldaten (Heiho's) te werven (1943).

Voorbeelden van monopolistische propaganda zijn politieke en oorlogspropaganda: het verspreiden van ideeën en overtuigingen door machthebbers en totalitaire heersers, via alle mogelijke communicatiemiddelen, met als doel het publiek te winnen voor hun gedachtegoed. Propaganda wordt dan gebruikt als instrument om mensen te manipuleren en onder druk te zetten. Deze vorm van propaganda, tijdens de twee wereldoorlogen en daarna, vormt de historische oorsprong van het huidige slechte imago van propaganda als communicatievorm.

Soorten propaganda

Type Doel Voorbeeld
Politiek Stemmen winnen of een ideologie verspreiden. Verkiezingscampagnes of staatstelevisie in autoritaire landen.
Oorlog De vijand demoniseren en de eigen moraal hoog houden. Posters uit de Tweede Wereldoorlog ("Uncle Sam wants YOU").
Religieus Bekering of het versterken van het geloof. Zendingswerk of religieuze pamfletten.
Commercieel Soms overlapt marketing met propaganda. Bedrijven die zich groener voordoen dan ze zijn (greenwashing).

Push- en pullpropaganda

Pushpropaganda verspreidt zich unilateraal, als eenrichtingsverkeer, vanuit de informatiebron richting de doelgroep. De ontvanger heeft geen invloed op de hem toegespeelde informatie. Er is sprake van pullpropaganda als de burger er bewust voor kiest om doelgroepgerichte 'propaganda' tot zich te nemen.

Witte/zwarte propaganda

Bij 'witte' propaganda is duidelijk wie de bron is, en de afzender probeert dat ook niet te verbergen. 'Zwarte' propaganda daarentegen probeert zijn bron te verbergen en kan zelfs proberen de ontvanger ervan te overtuigen dat zij van een andere partij afkomstig is.

Grijze propaganda

Grijze propaganda kan de inhoud of de zender betreffen

Doel en gevolg van inhoudelijke, grijze propaganda

Inhoudelijke grijze propaganda heeft de volgende mogelijke effecten:

  • Direct effect (om verwarring te stichten):
    • De leugen kan worden versterkt door de ware component, en zo aan geloofwaardigheid winnen.
    • vermenging van waarheden en (te) opzichtige leugens, bijvoorbeeld door een nationale overheid, kan negatief uitpakken voor diens geloofwaardigheid.
  • Op termijn (om de waarheid te verdoezelen of ongeloofwaardig te maken):
    • Om bepaalde informatie geheim te houden, kan men deze koppelen aan onjuiste informatie. De geheim te houden informatie wordt door het publiek daarom niet meer serieus genomen. Het verspreide verhaal (de combinatie van waarheid en onwaarheid) zal beklijven, en worden bestempeld als broodjeaapverhaal.

Omgekeerd

Andersom kan bepaalde (juiste) informatie worden bestempeld als grijze propaganda, om zo de correcte informatie en vooral de informatieleverancier in diskrediet te brengen. Soms is dit moeilijk te ontkrachten, omdat bijvoorbeeld de bewijzen voor de als grijze propaganda bestempelde informatie staatsgeheim zijn.

Voorbeelden van propaganda

Propagandafilm uit 1943 van de Filmdienst der NSB. Verslag van de vormingsdag van het district Limburg, gehouden in Roermond in tegenwoordigheid van Mussert, Schmidt en Marchant et d'Ansembourgh.

Nederland

Propagandafilm uit 1941 van de Filmdienst der NSB. De door NSB geannexeerde NVV heeft in verschillende plaatsen arbeidersvakantieoorden, de zogenaamde Troelstra-oorden. Beelden van arbeidersfamilies in deze vakantieoorden o.a. in Beekbergen.

In 2017 werd in de Nederlandse krijgsmacht de Counter Hybrid Unit in het leven geroepen, om de hybride dreigingen te onderzoeken, waarmee „de vijand bijvoorbeeld politieke processen beïnvloedt [...] en nepnieuws verspreidt.” Daartegen zou een gerichte contra-propagandacampagne vanuit de Nederlandse overheid tot de mogelijkheden behoren. In dit verband werd gewezen op de vermoedelijke pogingen van met Rusland verbonden trollengroepen die probeerden de berichtgeving in de media over de MH17 te beïnvloeden.

Literatuur

Zie ook


Zie de categorie Government propaganda van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.